"Ik heb intens genoten"

"Ik heb intens genoten"

Bijna twintig jaar was Adriana Esmeijer de leading lady van het Cultuurfonds. En elke dag legde zij de lat hoog, heel hoog. “Ik heb me met plezier en vol overgave aan het Cultuurfonds gewijd.” 

Door Liesbeth Maas, fotografie Valentina Vos

Wie was de 35-jarige Adriana Esmeijer die directeur van het Cultuurfonds werd?
“Een communicatiemevrouw. Al mijn opleidingen en werkzaamheden zijn aan communicatie gelieerd. Ik was hoofd Interne en externe betrekkingen aan de Erasmus Universiteit en ik dacht dat er voor mij een toekomst in het verschiet lag bij een groot communicatieadviesbureau. Maar toen wees mijn man me op de vacature van directeur van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Niet alleen het culturele sprak me aan, maar ook het fondsenwervende, het marketingaspect. Om eerlijk te zijn had ik geen idee dat ik bij zo’n instituut terecht zou komen. Ik moest solliciteren bij de toenmalige voorzitter, Elco Brinkman, maar ik had helemaal niet door dat het om dé Elco Brinkman ging, want in de advertentie stond mr. drs. L.C. Brinkman en ja, er zijn zóveel Brinkmannen. Maar soms is het juist goed dat je zoiets niet weet, ik was onbevangen. Hij gaf me als opdracht mee: gooi de luiken open Adriana! Met veel energie ben ik op 1 mei 2001 aan de slag gegaan, op de dag van de arbeid.”

Hoe heb je de luiken opengegooid?
“Door te laten zien dat je er als organisatie bent. Wat zijn onze diensten? We hadden toen zestien kantoren in Nederland en duizenden mensen die, met hun kennis, aan het fonds verbonden waren. Ik dacht al gauw: we hebben goud in handen! We zijn een kennisbolwerk, een expertisecentrum. Voor enerzijds mensen die geld willen aanvragen en anderzijds voor mensen die willen geven maar niet precies weten hóe. Of die het wel precies weten en voor wie we hun specifieke wensen kunnen verwezenlijken. Dat zijn we Mecenaat op Maat gaan noemen. Het Cultuurfonds is bovendien een plek van ontmoeting geworden. Tussen bevlogen schenkers en culturele initiatiefnemers, tussen leden van de adviescommissies, elk met hun eigen expertise, van erfgoed tot popmuziek. Tussen schenkers onderling, waarvoor we Geefkringen hebben opgericht, of tussen de bursalen van de Young Talent Awards. Ook tijdens onze uitreikingen, landelijk en regionaal, vinden er volop kruisbestuivingen plaats. Sieuwert Verster, algemeen directeur van het Orkest van de Achttiende Eeuw, zei me eens: ‘Jullie zijn een ministerie voor Gelukszaken.’ Dat kan ik alleen maar beamen.”

Los van alle gulle schenkers en donateurs, spelen de loterijen een belangrijke rol.
“Dat klopt, ze zijn onmisbaar voor talrijke goede doelenorganisaties in Nederland. Ons fonds is bijvoorbeeld zo geslaagd in het Mecenaat op Maat, omdat we met het geld van de loterijen, de BankGiro Loterij en de Nederlandse Loterij, een groot deel van onze ongeoormerkte bestedingen kunnen doen. Ik zit actief in het Goede Doelen Platform, tegenwoordig als vicevoorzitter, en heb me altijd sterk gemaakt voor het veiligstellen van de vele honderden miljoenen aan maatschappelijk geld. Als medeoprichter van de BankGiro Loterij en de Nederlandse Loterij heeft het Cultuurfonds aan de basis hiervan gestaan. Ik besteed er veel tijd aan, ook omdat er steeds sprake is van veranderende wetgeving. Het is een ingewikkeld, maar voor alle domeinen die bestaan dankzij fondsenwerving en filantropie, een uitermate vitaal politiek dossier.”

Hoe denk je dat jouw collega’s jou als directeur-bestuurder zien?
“Ik denk dat ze mij een perfectionist vinden. Ik leg de lat hoog. Voor mezelf en ook voor anderen. Maar ik zit er met hart en ziel in en ik hoop dat mijn collega’s dat ook zien. Ik houd van zorgvuldigheid. Alles draait hier om relatiemanagement en dat behoor je met volle aandacht en al je toewijding te doen. Je bent een tijdelijke hoeder van andermans bezit. Het nakomen van beloftes aan de schenker is cruciaal; ik neem dat zeer serieus.”

Je perfectionisme kwam ook om de hoek kijken toen je ging bepalen wannéér je zou vertrekken. Je liet er een bijna wiskundige formule op los.
“Ik vond 2020 een mooi jaartal om afscheid te nemen, helemaal omdat we in oktober het tachtigjarige bestaan van het Cultuurfonds vieren. En, privé gezien: toen ik eind 2019 besloot om te vertrekken, was mijn man vijf jaar daarvoor overleden. Ik had dus een paar ronde getallen: 2020, 80 en 5. Daarbij kwam ook nog eens dat ik op het moment van mijn besluit 53 was, en 35 jaar toen ik bij het fonds als directeur begon. Die getallen hadden zich dus omgedraaid.”

Dat is nauwkeuriger berekend dan de 2 maal 3 is 4 van Pippi Langkous. In je speech tijdens de uitreiking van de Charlotte Köhlerprijzen vorig jaar noemde je Pippi je jeugdidool. Waarom?
“Omdat zij authentiek, stoer en zelfstandig is en helemaal op eigen benen staat, in haar geval met één afgezakte kous. Ze is avontuurlijk, doet alsof ze iets kan ook al kan ze het niet. En ondertussen is ze betrouwbaar, een veilige haven voor haar vrienden Tommy en Annika.
Die totale onafhankelijkheid heb ik natuurlijk niet, als directeur zit je vast aan wat er van je wordt verwacht. Maar de kunst is om dan tóch te gaan voor bijvoorbeeld onbekend jong talent of een avontuurlijke publiek-private samenwerking. En je moet durven mislukken. Een privaat fonds mag foute keuzes maken en risico nemen. Zo hebben we geld gestopt in Omroep C, de Omroep voor Kunst en Cultuur die uiteindelijk nooit van de grond is gekomen.”

“Het Cultuurfonds is gegroeid tot de grootste cultuurmatchmaker van Nederland”
- Adriana Esmeijer

Zijn er schenkingen die je hebben geraakt?
“Ja zeker. Dat zijn de schenkingen ter nagedachtenis aan iemand. We hebben er enkele van, zoals het Margit Widlund Fonds van auteur Anna Enquist en haar man, ter nagedachtenis aan hun overleden dochter. Het heeft zeer veel indruk op mij gemaakt. Je steunt hiermee niet alleen jonge talentvolle zangeressen maar geeft ook iets terug aan de familie. Je houdt een herinnering levend, bij elke toekenning opnieuw. Als Cultuurfonds ben je op die manier veel meer dan een stimulator van cultuur.”

Bijzonder aan het Cultuurfonds is de band met het Koninklijk Huis. Hoe kijk je op die samenwerking terug?
“Als je halverwege de dertig bent, en je staat voor het eerst op een podium van het Paleis op de Dam en koningin Beatrix, nu prinses Beatrix, zit voor je op de eerste rij, dat is best spannend. Mijn hart zat hoog in mijn keel. Ik was toen nog niet bekend met de termen en gebruiken: een adjudant, een hofmaarschalk, voorontvangsten, een middagjapon – ik heb het allemaal moeten leren. Als leden van het koninklijk huis aanwezig zijn bij jubilea of uitreikingen, zoals prinses Beatrix bij de Zilveren Anjers of koningin Máxima bij de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs, dan dóet dat iets met mensen. En het vergroot de feestvreugde aanzienlijk. Hun aanwezigheid is verre van oppervlakkig. Het is niet alleen iets opspelden of omhangen, zij hebben veel voorwerk gedaan en zijn oprecht geïnteresseerd. Ik heb daar grote bewondering voor.”

Je hebt in bijna twintig jaar veel bereikt met het Cultuurfonds, de luiken (van Elco Brinkman) staan wijd geopend. Viel het te combineren met een persoonlijk leven?
“Ik heb me met plezier en vol overgave aan het Cultuurfonds gewijd. Ik heb intens genoten van het directeurschap en zou het zo weer doen. Maar het werk is allesomvattend en er moet ook ruimte voor jezelf en voor anderen zijn. Ik ben trots op wat ik in zakelijke zin heb bereikt. Het Cultuurfonds is gegroeid tot de grootste cultuurmatchmaker van Nederland. Het fonds wordt gedragen door vele talenten – ik ben een kleine schakel in een hele grote ketting. Alle medewerkers hier op het landelijke kantoor, elders in het land en in het Caribisch gebied verdienen een pluim of een anjertje. Maar voor mij persoonlijk weet ik niet of ik het goed heb gedaan. Had ik niet meer aandacht voor mijn dierbaren moeten hebben? Of voor mijn hobby’s? Ik speelde graag dwarsfluit maar ben er niet meer aan toegekomen. Ik hockeyde altijd met plezier, waarom ben ik niet bij de veteranen gaan spelen?
Dat besef werd geprikkeld door het overlijden van mijn man Paul eind 2014. Als ik er nu op terugkijk, begrijp ik niet hoe ik het allemaal heb kunnen bolwerken, in die periode van intense rouw. Blijkbaar ga je, als je je dierbare verliest, op zoek naar je andere dierbaren en dat zijn, naast mijn vrienden en familie, de mensen met wie ik vijf dagen per week ben. Hier, in dit prachtige pand aan de Herengracht, was mijn veilige haven. Thuis was alles wat er niet meer was. Er zat niemand op de bank waar Paul altijd zat. Had ik het twintig jaar volgehouden als hij nog had geleefd? Ik weet het niet. We hadden een bucketlist vol landen waar we heen wilden, zoals Indonesië. Zijn we er geweest? Nee. Paul wilde graag samen naar Santiago de Compostela lopen. Ik vond dat ik daar geen vrij voor kon nemen. Meteen na zijn overlijden ben ik erheen gefietst, met een vriendin. Dat vind ik zo stom van mezelf. Dat ik dingen heb uitgesteld omdat ik dacht dat er nog tijd genoeg was. Wij mensen zijn geneigd uit te stellen, vanuit een hooghartigheid dat je zelf het leven kunt bepalen. Maar er valt niks te regisseren, het komt je toe.”

De nieuwe slogan van het Cultuurfonds luidt: Prins Bernhard Cultuurfonds, het begin van iets moois. Zie je jouw vertrek ook als het begin van iets moois?
“Ik sluit iets moois af en ik ga naar iets moois toe. Naar wat, weet ik nog niet. Ik krijg banen aangeboden maar heb nog nergens ja op gezegd. Wat doe ik op maandagochtend in plaats van naar de MT-vergadering? Soms word ik blij van de gedachte dat ik op zondagavond kan besluiten om naar mijn Duitse tante in de Pfalz te rijden. Het idee dat ik dat zomaar kan doen! En soms vliegt het me ook aan. Mijn agenda wordt al jaren door anderen geregisseerd. Hoe gaat het als ik de tijd weer in eigen handen heb? Weet je waar ik tegenop zie? Het missen van de mensen. Mijn collega’s, de schenkers, de aanvragers, de teamspirit van samen iets voor elkaar krijgen. En dat het verhaal voor mij straks stopt, dat ik niet meer weet hoe het verder gaat.”

Wat wil je je opvolger Cathelijne Broers meegeven?
“Ik wens haar net zoveel geluk toe als ik heb gehad, het warme bad dat ik heb ervaren. Met collega’s en alle deskundige mensen in het land die zich belangeloos aan ons verbinden. Bij het Cultuurfonds laten we de cultuur bloeien en groeien, en binden we mensen aan ons die dat mogelijk maken. Het Cultuurfonds maakt dromen waar en het is een voorrecht om daaraan te mogen bijdragen.”

“Het Cultuurfonds maakt dromen waar en het is een voorrecht om daaraan te mogen bijdragen”
- Adriana Esmeijer

Invloedrijkste speler in de Nederlandse filantropie

Geen (prijs)uitreiking of bijeenkomst ging door, de afgelopen maanden. En ook de viering van het tachtigjarige bestaan van het Cultuurfonds kreeg een ander, corona-proof jasje. Adriana Esmeijer neemt op 1 november afscheid zonder klinkende klaroenstoot. Onder haar hoede vormde zich het Mecenaat op Maat, zagen revolverende fondsen zoals de Cultuurfondsen voor Monumenten het licht. Ook kwamen er publiek-private samenwerkingen tot stand, zoals het Blockbusterfonds en buurtcultuurprojecten met woningbouwverenigingen en gemeenten voor een betere leefbaarheid. Dat Esmeijers inspanningen voor cultuur, natuur en wetenschap niet onopgemerkt zijn gebleven, blijkt uit diverse eervolle vermeldingen. Zo werd zij in november 2019 door De Dikke Blauwe (platform voor filantropie, kunst en cultuur) uitgeroepen tot ‘invloedrijkste speler in de Nederlandse filantropie 2019-2020’. Een maand later behaalde zij een plek in de Volkskrant-top 200 van ‘meest invloedrijke Nederlanders’ (nummer 192). In 2015 werd Adriana Esmeijer benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. En volgens het maandblad Opzij was zij in 2016, 2015, 2011 en 2009 de ‘meest invloedrijke vrouw in de Goede Doelen-sector’.