De Nachtwacht van Enkhuizen

De Nachtwacht van Enkhuizen

De middeleeuwse gewelfschilderingen van de Zuiderkerk in Enkhuizen zijn de grootste en meest complete in Nederland. Zijn de 54 oud- en nieuwtestamentische taferelen nu nog moeilijk te bekijken, binnenkort is weer te zien hoe ze in 1485 werden opgeleverd.

Annemarie Vestering. Fotografie: Antje Verstraten

In 1484 gaf het stadsbestuur van de door de haringvangst welvarende Zuiderzeestad Enkhuizen een onbekend gebleven kunstenaar de opdracht om het eikenhouten tongewelf van de pas voltooide Zuiderkerk te beschilderen met verhalen uit het Oude en het Nieuwe Testament. 

Naar verluidt in één zomer werden de kleurige taferelen in 1485 op de maar liefst 1300 m² tellende plafonds aangebracht: tweemaal elf paren op de plafonds van de beuken plus tien taferelen op de twee koorsluitingen. Daarbij werden afbeeldingen uit de middeleeuwse blokboeken Speculum Humanae Salvationis (Spieghel der menselijke Behoudenissen) en Biblia Pauperum (armenbijbel) als inspiratiebron gebruikt.

Anno 2020 zijn de direct met temperaverf op het hout aangebrachte schilderingen nog altijd intact. Maar het is moeilijk voorstelbaar dat de afbeeldingen op de hoge plafonds ooit dienden voor beeldonderricht aan de vaak ongeletterde kerkgangers. 

  •  
    "Over de geretoucheerde versie leggen we een nieuwe laag, met de ‘oorspronkelijke’ kleuren uit ons onderzoek"
    Megan Kisters (hier werkend aan een ander schilderij)

Onder glimmende lagen vernis

Alleen wie het weet, ziet dat de panelen een vertellende reeks vormen op basis van typologieën, waarbij steeds een scene uit het Oude Testament is geplaatst tegenover een overeenkomstige scene uit het Nieuwe Testament. Zoals de doop van Naäman in de rivier de Jordaan tegenover de doop van Christus, bijvoorbeeld. 

Het eikenhout is donkerder geworden en alleen de kleuren wit en rood zijn nog herkenbaar. Onder de glimmende lagen vernis en was zijn details moeilijk te onderscheiden.

Verfmonsters

Al jaren geleden zocht de Protestantse Gemeente Enkhuizen naar mogelijkheden om de –volgens een deskundige van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – ‘Nachtwacht van Enkhuizen’ te ontsluiten, zodat een grotere stroom bezoekers van het bijzondere cultuurhistorische erfgoed kan genieten. De restauratie van een paneel in de noordbeuk in 2004 leverde echter niet veel op.

“De afbeelding bleef moeilijk zichtbaar. Bovendien kostte het veel geld. Alle panelen restaureren bleek financieel onhaalbaar,” vertelt Jan de Boer namens Stichting Vrienden van de Zuiderkerk. “Toen zijn we op het idee gekomen om digitale foto’s van de gewelfschilderingen te maken en die op basis van onderzoek te ‘corrigeren’.”

De stichting vroeg de vakgroep conservering en restauratie van cultureel erfgoed van de Universiteit van Amsterdam om als pilot eerst één paneel onder handen te nemen. Met een restaurator van het lab van de RCE werden verfmonsters genomen, om te kunnen vaststellen welke pigmenten en bindmiddelen er oorspronkelijk zijn gebruikt. 

  •  
    "Door onderzoek op locatie, vergelijking met andere schilderingen, materiaaltechnisch onderzoek, fysieke reconstructies en gesprekken met specialisten hebben we een goede wetenschappelijke basis voor de digitale reconstructies"
    Antje Verstraten (hier werkend aan een ander project)

Een goede wetenschappelijke basis

Antje Verstraten en haar collega Megan Kisters waren als studenten bij de pilot betrokken: “Met de Reformatie is de kerk in protestantse handen gekomen. In 1608 zijn de taferelen overschilderd met olieverf. De olie is volledig doordrongen in de originele verf, waardoor er geen betrouwbare analyse mogelijk was van het bindmiddel. 

Lastig, want dat bepaalt hoe een pigment oogt. In een tweede pilot hebben we daarom aanvullend literatuuronderzoek gedaan, historische recepten onderzocht en proefplankjes gemaakt op nieuw eikenhout met pigmenten in verschillende bindmiddelen. Door de combinatie van onderzoek op locatie, vergelijking met andere schilderingen, materiaaltechnisch onderzoek, fysieke reconstructies en gesprekken met specialisten hebben we toch een goede wetenschappelijke basis voor de digitale reconstructies.”

Op tablet of telefoon

Inmiddels zijn Antje en Megan afgestudeerd. In opdracht van de stichting hebben ze al acht panelen gereconstrueerd. Megan: “Van elk tafereel maken we twee versies. Eerst een geretoucheerde, waarbij we de foto van verontreinigingen en beschadigingen ontdoen. Over de geretoucheerde versie leggen we een nieuwe laag, met de ‘oorspronkelijke’ kleuren uit ons onderzoek. 

Daarbij letten we erop dat het er realistisch uitziet en houden we rekening met bijvoorbeeld de houtnerven en de dikte van de schilderingen. Het resultaat is een benadering van hoe het er ooit heeft uitgezien, want in de loop der jaren is veel informatie verloren gegaan.”

Reconstructie tijdens een zondagse kerkdienst

Foto: Van Hoogevest Architecten

In 2022 zullen alle 54 digitale reconstructies gereed zijn en aan het publiek worden gepresenteerd. Jan: “We denken aan een digitale presentatie op een tablet of telefoon en een boek. Studenten van de opleiding Communication and Multimedia Design aan de Hogeschool van Amsterdam hebben we gevraagd hierover met ons mee te denken.” 

In deze middelen wordt in elk geval aandacht besteed aan het wetenschappelijk onderzoek van Antje en Megan, dat zij vorig jaar presenteerden aan Europese vakgenoten op een conferentie in Urbino (Italië) en waarover gepubliceerd werd in het magazine van de RCE. Tot het zover is, stelt predikant Henk Haandrikman zo nu en dan een reconstructie centraal tijdens een zondagse kerkdienst, waarmee de afbeeldingen weer iets terugkrijgen van hun oorspronkelijke functie.

Meer artikelen lezen? 

Vraag gratis een proefnummer aan van het Cultuurfonds Magazine. Daarin staan nog veel meer verrassende cultuurtips, exposities, literatuur en verdiepende interviews met cultuurmakers.