Gered van de shredder

Gered van de shredder

Na bijna vijftig jaar staat stoomhijskraan Schelde 38 weer op de rails achter de voormalige scheepswerf De Schelde in Vlissingen. Het scheelde weinig of dit mobiele industriële erfgoed was voorgoed verdwenen.

Ooit was het de trots van Vlissingen. Scheepswerf De Schelde (1875-2001) was jarenlang de grootste werkgever van Vlissingen en Walcheren en speelde een belangrijke rol in de levens van de inwoners van die plaatsen. Hier werkten de mannen van veel families van generatie op generatie aan vele marine- en passagiersschepen. Op deze werf werden in 1946 de stoomhijskranen 38 en 39 gebouwd. De zusterkranen werden gebruikt om staalplaten en profielen uit binnenvaartschepen aan wal te hijsen, of zware onderdelen over de werf te verplaatsen. Zo is er een foto van de 38 met een deel van de schoorsteen van de Willem Ruys aan de giek, het vlaggenschip van de Koninklijke Rotterdamse Lloyd, dat als passagiersschip op Indië voer.

De stoomhijskraan staat op een restant van het spoorwegemplacement van de werf. Met de giek op de hoogste stand kan de kraan maximaal 5 ton hijsen. Tussen het boven- en het onderstel bevindt zich het contragewicht.

Op weg naar de shredder

De stoomhijskranen deden dienst tot in 1970. Toen werden de op olie gestookte en door twee man bediende kranen te duur en inefficiënt bevonden. Door toedoen van bedrijfsarts Jan Stumphius – de ‘asbestdokter’, die in 1969 de relatie tussen asbest en kanker aantoonde – werden de kranen niet gesloopt, maar kregen ze een museaal voortbestaan. In de loop der jaren werd de Schelde 38 ontmanteld en raakte zijn onderdelen verspreid over meerdere locaties. Toen Wesley Sekewael, destijds student werktuigbouwkunde en bestuurslid bij museum Scheldewerf, hoorde dat er onderdelen naar een metaalrecyclingbedrijf waren afgevoerd, kwam hij snel in actie. Nog geen half uur voor de stoomketel en het onderstel in de shredder zouden verdwijnen, wist hij de vershredderaar ervan te overtuigen dat hij de onderdelen zou kopen.

Het interieur van het kraanhuis, met manometers die de ketel- en de verstuiverdruk weergeven. De kraan werd in eerste instantie op kolen gestookt. Dat betekende dat er zowel een stoker als een machinist in het kraanhuis verbleven, geholpen door een loopjongen die de lasten aanhaakte en afsloeg. De stoker verdween toen de kraan in de jaren 50 op olie gestookt werd.

Reddingsoperatie geslaagd

Dat was het begin van Wesleys missie om dit mobiele industriële erfgoed, compleet gerestaureerd, geplaatst te krijgen op de oude locatie. Helaas zag noch de gemeente noch een oude eigenaar heil in zijn reddingsoperatie. Maar het is Wesley tóch gelukt. Met hulp van talloze vrijwilligers en sponsoren en de bemiddeling van Erfgoedvereniging Heemschut en gedeputeerden van de Provinciale Staten. Zo hebben de inwoners van Vlissingen na zes jaar een tastbare herinnering aan het roemruchte scheepsbouwverleden van hun stad.

De bedieningshendels voor de verschillende functies van de kraan. V.l.n.r.: hefbomen voor het bedienen van de stoomschuif en de Stephensonschaar (waarmee de kraan onder volle belasting van draairichting kan veranderen), een combihefboom voor het rijwerk en het verstellen van de giek en hefbomen voor hijsen en zwenken.

Stimuleringsprijs en extra bijdrage

In 2019 werd de Stichting Stoomhijskraan 38 door Cultuurfonds Zeeland onderscheiden met de Stimuleringsprijs Zeeland: een bedrag van € 10.000, bedoeld als waardering voor bijzondere initiatieven van vrijwilligers of amateurs. Met dit bedrag konden de laatste restauratiewerkzaamheden worden voltooid. Daarnaast ontving de stichting een bijdrage van € 12.500 van het Cultuurfonds, werkterrein erfgoed & monumentenzorg.