Het mecenaat als alternatief applaus

Het mecenaat als alternatief applaus

Het mecenaat heeft eigenlijk altijd bestaan, ook al was het misschien niet altijd zichtbaar. Helleke van den Braber, hoogleraar mecenaatstudies: "Ik zie het als een vorm van uitwisseling en samenwerking tussen gever en ontvanger, ondersteuner en maker." 

Francine van der Wiel

Wie drie wetenschappers vraagt naar de definitie van ‘de mecenas’ krijgt waarschijnlijk drie verschillende antwoorden. Het is maar net vanuit welk perspectief hij of zij het fenomeen bestudeert. Een econoom zal met een andere definitie komen dan een socioloog of een kunsthistoricus. Helleke van den Braber hanteert haar eigen omschrijving. “Ik zie het als een vorm van uitwisseling en samenwerking tussen gever en ontvanger, ondersteuner en maker. Met in het midden het kunstwerk, dat functioneert als bemiddelend object. Ik kijk graag naar dat hele proces, en hoe het kunstwerk daarin functioneert.”

Van den Braber, van huis uit literatuurwetenschapper, bekleedt sinds begin dit jaar de leerstoel Mecenaatstudies, die wordt medegefinancierd door het Prins Bernhard Cultuurfonds. Daarnaast doceert ze aan de Radboud Universiteit, waar ze de master Kunstbeleid en Kunstbedrijf opzette.

Wilt u cultuur ook blijvend steunen? Kijk welke geefvorm het beste bij u past en vraag de brochure aan op cultuurfonds.nl/brochure.

  •  
    "Het mecenaat bloeit bij zichtbaarheid. Ook – en vaak zelfs juíst – als die beperkt blijft tot een kleine kring."
    Helleke van den Braber, hoogleraar mecenaatstudies

Calvinistische terughoudendheid

Het mecenaat heeft eigenlijk altijd bestaan, ook al was het misschien niet altijd zichtbaar. In Nederland heerste onder weldoeners tot voor relatief kort een calvinistische terughoudendheid. In navolging van ‘heer van stand’ Olivier B. Bommel deed men zijn goede werken in stilte. Bij het grote publiek is bijvoorbeeld nauwelijks bekend dat het Koninklijk Concertgebouw al sinds de bouw in 1888 wordt gefinancierd door particulieren en particuliere fondsen.

De laatste decennia is die schroom verminderd en zijn nieuwe, grote en kleinere fondsen op naam opgericht. Het bekendst is waarschijnlijk de VandenEnde Foundation, waarmee Joop en Janine van den Ende sinds 2001, volop in de schijnwerpers, kunstenaars, kunstprojecten en -instellingen ondersteunen. Omdat die ‘miljarden achter je naam’ (zo zei Joop van den Ende dat in een interview) bij hem tot enige gêne leidden en het delen ervan ook als een soort morele plicht wordt gezien. 

De VandenEnde Foundation geeft aan een breed scala van kunstprojecten, anderen willen een specifieker doel steunen. © ANP 

Maar natuurlijk vooral omdat hij een liefhebber is. De VandenEnde Foundation geeft aan een breed scala van kunstprojecten, anderen willen een specifieker doel steunen. Zo geven Joost en Marcelle Kuiper met hun Stichting Melanie invulling aan hun passie voor theater, ondernemer en ex-drummer Jan ‘t Hoen nam uit een zekere nostalgie zijn voormalige band Wild Romance onder zijn hoede. Een pietsie pronkgedrag kan ook meespelen. Han Nefkens publiceerde in 2011 bijvoorbeeld een kloek boek over de door hem gesteunde projecten.

Zichtbaarheid is goed

Van den Braber is blij met die zichtbaarheid, want: “het mecenaat bloeit bij zichtbaarheid. Ook – en vaak zelfs juíst – als die beperkt blijft tot een kleine kring. Het Cultuurfonds beheert tientallen mooie fondsen op naam die bij het grote publiek nauwelijks bekend zijn. Ondertussen verdelen bijvoorbeeld het Harry Wich Fonds, het Pauline Fonds en het Ted Schutten Fonds jaarlijks wél duizenden euro’s onder projecten in theater, kunsteducatie of architectuur. 

Het Cultuurfonds matcht aanvragers en gevers met elkaar en neemt alle zorg en organisatorische rompslomp uit handen. Zo vervult het, aldus Van den Braber, een “briljante functie’ in de relatie tussen mecenas en kunstenaar of cultureel project. Dat is een belangrijke rol die het Cultuurfonds met veel zorgvuldigheid uitvoert.

In 2020 was Julian Verkerk (1999) de winnaar van het Harry Wich Stipendium. Als aanstormend talent in de theatervormgeving mocht hij 12.500 euro besteden aan een vervolgopleiding of -studie.  ©Nienke Maat

“Sinds de Romantiek is, in het westen, de kunstenaar autonoom, hij werkt in absolute vrijheid. Dat staat op gespannen voet met het mecenaat, waarbij sprake is van een gift én een tegengift. Het is een uitwisseling van kapitaal; meestal materieel door de gever, immaterieel door de kunstenaar. Die verleent de gever nabijheid en toegang tot zijn kunstenaarschap. Dat is best een precaire balans.” 

Als die verstoord raakt, kan de kunst tot ‘betwist object’ worden, met de kunstenaar die absolute zeggenschap eist tegenover een gever die inspraak of co-creatie wenst. Of eisen stelt die achteraf misschien beter niet ingewilligd hadden kunnen worden. 

Een spectaculair voorbeeld is dat van de vermaarde Amerikaanse hiphopformatie Wu-Tang Clan, die twee miljoen dollar van een mecenas kreeg om in alle rust aan een nieuw album te werken. In de overeenkomst werd vastgelegd dat de ‘weldoener’ het alleenrecht kreeg op het album. En inderdaad, tot op heden heeft alleen hij het enige geperste exemplaar volledig kunnen beluisteren. Een nogal uitzonderlijk voorbeeld, maar zegt Van den Braber, enthousiast: “Zoiets is voor mij als wetenschapper natuurlijk súperinteressant!”

Oude en nieuwe vormen

Het voorbeeld geeft aan dat het mecenaat geen statisch fenomeen is. Van den Braber onderscheidt drie soorten. ‘Klassiek’ zijn, naast het individuele geven, de verschillende vormen van collectief geven die sinds het einde van de negentiende eeuw zijn ontstaan, zoals vriendenstichtingen en de relatief recente geefkringen.

De laatste twintig jaar is een nieuwe, hybride vorm ontstaan: crowdfunding. Bij crowdfunding vormen individuele, verspreide gevers voor de duur van een project samen een community. Het is typisch een variant die gedijt bij digitale ontwikkelingen en social media. “Bijzonder is dat de ontvanger hier het initiatief neemt – een omkering van de hoofdvorm.”

Geen ‘officiële’ vorm van mecenaat, maar wel een verschijnsel dat er dicht tegenaan ligt, is de kunstverzamelaar die een museum opricht om zijn collectie met het publiek te delen. Het levert een interessante vraag op, vindt Van den Braber: “Particuliere musea zijn wel een nieuwe loot aan de stam, maar wanneer, op welk punt precies, gaat verzamelen over in mecenaat?”

Terugtredende overheid

Wat alle vormen gemeen hebben is de wens iets van het verkregen kapitaal naar de maatschappij te laten terugvloeien. Give back to society, zoals dat in de Verenigde Staten wordt genoemd. Dat gevoel van verantwoordelijkheid is in Nederland na de Tweede Wereldoorlog wat verminderd door het steeds verder uitbreidende subsidiesysteem. De overheid zorgt voor de ondersteuning van cultuur, hóórt daar ook voor te zorgen, is nog altijd de overheersende opvatting.

Daarin is de laatste jaren wel verandering opgetreden. De overheid trekt zich steeds verder terug als financier van de kunsten. Voormalig staatssecretaris Halbe Zijlstra dwong de sector tot het zoeken naar extra, aanvullende fondsen door een forse bezuinigingsronde (in 2012 werd 200 miljoen van de begroting weggesneden) en het aanscherpen van de eigen-inkomsteneis. 

De culture of giving moest worden omgevormd tot een culture of asking. Gulle gevers zijn daardoor steeds belangrijker geworden, en zullen in de toekomst nóg belangrijker worden, met name voor het kleinere en middensegment, waar veel projecten zonder aanvullende giften onmogelijk te realiseren zijn. Het mecenaat is zo een onmisbare schakel in de financiële keten geworden.

Crisis geeft impuls

Hoe het aandeel van het mecenaat zich momenteel verhoudt tot de overheidssubsidie, is niet bekend. “Eén van de charmante eigenschappen van het mecenaat: het laat zich niet kwantificeren.” Wel zeker is dat het gevoel van eigenaarschap en verantwoordelijkheid weer groeiende is. Zeker nu het coronavirus de hele cultuursector zwaar heeft getroffen, schieten initiatieven als paddenstoelen uit de grond.

Crisis heeft eigenlijk altijd dat effect, zegt Van den Braber. Een prachtig voorbeeld vindt zij ‘Doe Mee met je AOW’, waarbij op initiatief van het echtpaar Corine en Hein Mulder ouderen in bonus het vakantiegeld van de AOW (deels) doneerden in een fonds voor de noodlijdende sector. “Een bottom-upbeweging, volgens het simpele idee: wij hebben over, daar is een tekort en als de overheid het niet doet, dan doen wij het. Zo geven we uitdrukking aan wat wij waardevol vinden. Ik vond de woorden van acteur Gijs Scholten van Aschat een mooie omschrijving van het mecenaat: ‘we beschouwen het als een alternatieve vorm van applaus.’ En zo is het, het is een bijzondere vorm van waardering.”

Welke geefvorm past bij u?

Er zijn verschillende manieren waarop u cultuur en natuur kunt ondersteunen. Ontdek de verschillende geefvormen van het Prins Bernhard Cultuurfonds.