Het tofste modelabel van het land

Het tofste modelabel van het land

Onderbroeken met rode pepers, tassen met rebellen erop: in de modelijn binnen Jan Hoeks Outsiderwear Festival smelten de fantasiewerelden van insider- en outsiderkunstenaars samen.

Door Alexander Hiskemuller, fotografie Nienke Veneboer

Het moet het tofste modelabel van het land worden: ‘Outsiderwear’, gemaakt door jonge modeontwerpers, stylisten en beeldend kunstenaars in samenwerking met ‘outsiderkunstenaars’, ofwel kunstenaars die een beetje anders zijn. Soms hebben deze kunstenaars een verstandelijke of psychische beperking en werd hun kunst tot nu toe alleen getoond in de zorginstelling of speciale outsiderkunstgaleries.

Jan Hoek, Charlotte Köhler Prijswinnaar 2015, paste vroeger op Bruin Parry, zoon van een vriendin van zijn moeder en nu getalenteerd maker van schilderijen, foto’s en collages. Jan kwam via Bruin weleens op dagbestedingsplekken waar hij ‘steil achteroversloeg’ hoe divers en eigen het werk is dat kunstenaars als Bruin hier maken. 

Hun werk heeft veel potentie om een grote en jonge groep mensen aan te spreken, maar bereikt het reguliere kunstcircuit niet of nauwelijks.

  •  
    "Ik vind het wel jammer dat Jan een beetje vies werkt"
    Bruin (links). Rechts: Jan Hoek

Wie wil nou niet een échte Bruin Parry-Jan Hoek-onderbroek?

Jan Hoeks stichting Captain Hoek brengt daar verandering in door de werelden van insider- en outsiderkunstenaars samen te brengen. Voor het Outsiderwear Festival gebeurt dit onder andere met M-ODE, een platform dat jonge, getalenteerde designers en makers begeleidt in duurzaam ondernemerschap, en outsider kunstenaars van sociale werkplaatsen als Bijzonder Amsterdams, Outsider Art Galerie en kunstwerkplaats de Witte Olifant. 

In maart 2021 wordt de streetwearkledinglijn gepresenteerd, daarna volgen landelijke presentaties, tentoonstellingen en een randprogramma. De kledingstukken zullen worden verkocht en de opbrengsten vloeien direct terug in de specifieke samenwerking van outsiderkunstenaar en ontwerper. Wie wil nou niet een échte Bruin Parry-Jan Hoek-onderbroek of designtas van outsiderkunstenaar Joey Bocciardo en modetalenten en insiderkunstenaars Jessica van Halteren, Georgy Dendoe en Tirino Yspol?

Staat daar nou de tekst op een onderbroek: ‘Meneer, je bent een koffiezetapparaat?’ 

Bruin: “Toen Jan op mij paste, mocht ik van hem geen vieze scheldwoorden gebruiken.”

Jan: “Als je dingen naar mensen wilt roepen, moeten het huishoudelijke apparaten zijn. Dat is veel leuker. We konden hele avonden samen op een bankje zitten, bij iedereen die langskwam: ‘hé salamihouder, hé stofzuiger!”

Bruin: “Hé vork met oren!”

Jullie kennen elkaar al heel lang.

Bruin: “Ja, ik was baby. Ik ben nu 21.”

Jan: “Onze moeders zaten in een Sex and the City-achtig vrouwenclubje. Elke donderdag gingen ze cocktails drinken en over mannen praten en dan paste ik op Bruin. We verbouwden de huiskamer voor fotoshoots, maakten van alles samen. Maar ik werd het een beetje zat. Omdat het nou eenmaal mijn werk is, had ik al de hele dag dingen gemaakt en dan stond Bruin weer voor mijn neus: ‘Wat zullen we gaan doen?’ Ik werd 35 en was wel klaar met oppassen. Maar ik was niet klaar met Bruin. Nu hebben we een nieuwe stap gemaakt: we werken twee dagen per week professioneel samen in mijn werkruimte in Amsterdam.”

Bruin: “Ik heb hier een eigen kamer, ik maak tekeningen. Zwart-wit en soms kleur. Als ik met mijn ouders in het vakantiehuis op Mallorca ben, doe ik kleur, want ik ben gek op Miró, ze hebben er daar een museum van. Maar op het atelier Bijzonder Amsterdams, waar ik de andere dagen werk, doe ik alles zwart-wit. Bij Jan hier op de werkplaats wil ik alle twee. En nu maken we ondergoed. We beschilderen witte onderbroeken met de hand.”

Ze hebben bijzondere namen: ‘met een roze hand in je reet-onderbroek’, ‘underwear from hell’, de ‘Miró-onderbroek’. 

Jan: “Je ziet onze hele gezamenlijke wereld terug in de onderbroeken.”

Waarom onderbroeken?

Bruin: “We moeten ze verkopen.”

Jan: “Ja, we vinden dat er te weinig coole onderbroeken zijn op de wereld. Met onderbroeken kun je ook zo’n Calvin Klein-achtige campagne eromheen verzinnen. Met onszelf als modellen. Ik denk dat wij veel leukere hunks zijn.”

Bruin: “Zo zie ik mezelf wel ja, als een hunk. En als ik mezelf dan groen maak, ben ik een hulk. Hunk en hulk samen, dat lijkt me wel wat.”

Hoe werken jullie aan de onderbroeken?

Bruin: “Hier zit ik, Jan naast me aan de andere tafel. Dan teken ik, en soms schuif ik ’m door naar Jan.”

Jan: “Sommige doen we solo, maar bij andere werken we in elkaars tekening, door en over elkaar.”

Bruin: “Ja, zoals bij die onderbroek van Michael Jackson.”

Jan, wat is er zo leuk aan het werken met Bruin?

Jan: “Bij het schrijven van een aanvraag voor een project als het Outsiderwear Festival moet je alles van tevoren formuleren, regels opstellen – dat willen fondsen nou eenmaal. Maar als ik met Bruin werk, mag alles. Bruin heeft een enorme vrijheid van werken. Die verlies je als kunstenaar een beetje.”

Bruin: “Ik vind het wel jammer dat Jan een beetje vies werkt. Dan maakt ie vlekken met inkt.”

Jan: “Bruin is netter dan ik. En veel georganiseerder. Moet je kijken: alle stiften netjes op kleur. Maar ik vind dat Bruin te veel op zijn telefoon zit.”

Bruin: “Ik heb negen Instagramaccounts. Filmpjes maken, foto’s erop. Jan heeft een lijstje voor me gemaakt waarop staat wat ik moet doen als ik hier ben.”

Wat zou je het liefst willen?

Bruin: “Eerst noemde ik mezelf kunstenaar, nu popster. Ik wil zingen, zoals Michael Jackson, met coole kleren aan en zo.”

Jan: “Zijn alter ego is Bruin Jackson. Ik probeer te zeggen dat het best samengaat: kunstenaar én popster. Maar dat vind jij niet, hè Bruin?”

Bruin: “Jij wilt groot worden als Captain Hoek.”

Jan: “Ja, dat is de naam van mijn stichting die de werelden van insider- en outsiderkunstenaars bij elkaar brengt. Ik vind het raar dat er een parallelle kunstwereld bestaat met megagetalenteerde kunstenaars die niet mogen meedoen. Elke keer wanneer ik in een outsideratelier ben, voelt het alsof er een schatkist opengaat. Je ziet er de meest uiteenlopende mensen ontzettend gedreven aan hun kunst werken, met ongebreidelde fantasie. Daarvan zouden insiderkunstenaars best wat meer kunnen gebruiken.”

Meer fijne artikelen over mode, kunst, natuur en cultuur lezen?

Vraag dan gratis een proefnummer aan van het Cultuurfonds Magazine! Dit artikel gaat verder onder het beeld.

  •  
    "Door kunst kan ik mijn eigen wereld maken"
    V.l.n.r.: Tirino Yspol, Jessica van Halteren, Georgy Dendoe en Joey Bocciardo

Outsiderkunstenaar Joey Bocciardo werkt samen met insider-modetalent Jessica van Halteren (modelabel Mulas Hybrid Haus), -kunstenaar Georgy Dendoe (kledingmerk Sumibu) en -stylist Tirino Yspol (SMIB-collectief en smib-sa-land) aan outfits en designertassen. Outsiderkunstenaar Fenna Miedema helpt mee bij de uitvoering.

Hoe zijn jullie aan elkaar gekoppeld?

Tirino: “Het klikte meteen met Joey’s werk. Hij is geïnspireerd door manga en anime, zijn stijl is heel vrij en jong en kleurrijk.”

Joey: “Vroeger had ik de stijl van SpongeBob. Maar hier in kunstwerkplaats de Witte Olifant heb ik me verder ontwikkeld. De kostuums en karakters van de Japanse anime-stijl vind ik echt zo mooi.”

Georgy: “Joey vertelt verhalen met getekende characters, creëert werelden eromheen. Voor Outsiderwear hebben we samen een nieuwe wereld verzonnen en Joey heeft daar zowel de characters als de vormgeving bij bedacht.

Tirino: “Aan de hand daarvan maken we fashionlooks voor Outsiderwear: outfits voor de characters en daarop baseren we een tassenlijn. De tassen kun je kopen.”

Wat is die wereld precies, Joey?

Joey: “Er is een stad die vreedzaam was, totdat een dictator de boel overneemt. Hij grijpt alle macht en verrijkt zich ten koste van alles. Een geheim genootschap van rebellen strijdt daartegen maar heeft het moeilijk. Het was aan mij om te verzinnen wie die personages zijn en welke kleding ze aan hebben en zo. De dictator heeft een staf bij zich met een wereldbol erop, hij rookt een sigaar met een gouden bandje.”

Jouw wereld lijkt een beetje op wat er nu in de echte wereld gebeurt.

Joey: “Ja, zoals die man in Noord-Korea, die alle macht heeft en iedereen is ertegen!”

Maak je daar dan zorgen om, Joey?

Joey: “Nee dat niet. Er zijn ook mensen die zo’n dictator als held zien.”

Jessica: “Het is de dynamiek die in veel samenlevingen speelt, we hebben samen geprobeerd die hier terug te laten komen.”

Georgy: “Er gebeuren heftige dingen in de wereld. Ik denk dat veel mensen hun geschiedenis niet kennen. Veel wordt weggelaten of er wordt over gelogen. Dat werkt polarisatie in de hand, mensen zijn in de war.”

Tirino: “Mensen zijn niet zo empathisch naar anderen. Bewustwording is de eerste stap in het aanpakken van dat probleem. Ik ben geen activist, maar stylist en houd van mooie dingen. Maar ik neem wel mijn ideologie mee in wat ik creëer.”

Welke rol speelt deze samenwerking daarin?

Jessica: “Dit is een creatieve uiting van een kritische kijk op de huidige samenleving. Ik vind het super-inspirerend om met deze kunstenaars samen te werken. We presenteren alles in maart 2021, maar ik hoop dat de samenwerking niet daarbij stopt.”

Georgy: “Wat mij erg inspireert is de toewijding die Joey heeft voor zijn werk. Hij heeft een bepaalde focus, is heel gedreven om zijn vakmanschap te laten groeien.”

Jessica: “Er zijn altijd goede vibes in de Witte Olifant. Het is zo fijn om hier te zijn. De outfits worden zo direct mede uitgevoerd door kunstenaars die hier werken, zoals Fenna.”

Hoe vind je dit nou, Fenna?

Fenna: “Ik vind het heel leuk om te doen. Lekker kleuren. Ik vind het ook heel leuk om met anderen samen te werken.”

Jessica: “Echt supermooi geworden, Fenna! De bloemen die Fenna nu tekent en inkleurt worden vertaald naar stof voor een kimono van een van de personages.”

Fenna “Dit wordt écht een jurk. Dan ben ik trots! Maar zelf aandoen? Neeeee! Ik houd van bloemen maar niet om aan te trekken. Regenbogen, die wil ik wel aandoen, kijk maar op mijn trui.” 

En hoe vind jij dit allemaal, Joey?

Joey: “Deze samenwerking is the next step voor mij, zeg maar. Wie weet word ik wel beroemd. Ik ben niet iemand die gaat stappen, zit meer thuis. Er zijn momenten dat ik me best depressief voel, al die prikkels in de wereld. Door kunst kan ik mijn eigen wereld maken. Met mijn regels, mijn wetten. Maar deze samenwerking is wel héél erg leuk.”