Hoe cultuur een dorp verbindt

Hoe cultuur een dorp verbindt

Met hun ‘Nijman Biermasz 17 dorpen fonds’ steunen Trudeke Biermasz en Frans Nijman culturele activiteiten in de Friese dorpen waar zij vroeger huisarts waren. Theatermaker Lieuwe Tolsma is een van de velen die met behulp van hun fonds voorstellingen kan maken. Een gesprek tussen twee gevers en een ontvanger. Trudeke Biermasz: “Per saldo worden we er rijker van.”

Door Annemique de Kroon, fotografie Daan Brand

We spreken elkaar in de najaarszon in de tuin van Trudeke Biermasz en Frans Nijman in Witmarsum. De zelfgebakken appeltaart staat klaar. Trudeke, lachend: “Nee, we gaan het huis niet verkopen, een taart leek me gewoon lekker.” 

Lieuwe Tolsma uit het naburige dorp Arum schuift aan. De amateurtheatermaker heeft net ‘Omke Henk’ afgerond, een reeks ‘iepenloftspullen’. Dat zijn theatervoorstellingen in de open lucht waar veel dorpsbewoners bij betrokken zijn, of het nu is als acteur, decorbouwer of koffieschenker.

Trudeke: “Zo’n openluchtspel is zo leuk; heel puur en zonder pretenties. Jij begint ook altijd te stralen als je het erover hebt. Waarom is dat?”

Lieuwe: “Ik ben besmet met het openluchtspelvirus. Het is heerlijk om in de open lucht te spelen, op een plek buiten het dorp met goede akoestiek. Als het stil is, is het ook echt stil. Ik ben al vanaf 1997 bezig met Teater Selskip Arum. Ooit begon het als revue voor het dorpsfeest dat eens in de paar jaar wordt georganiseerd. Na verloop van tijd komen er natuurlijk nieuwe mensen bij en ontstaan er nieuwe ideeën. Ik speel niet alleen in Arum, maar ben ook gevraagd voor het beroemde openluchtspel van Jorwerd. Dat kunnen we in Arum ook, dacht ik bij mezelf. En nu is het er. Het is geweldig als je mensen kunt enthousiasmeren en iets van de grond kunt krijgen.”

Ook verbinding tot stand brengen? Ga voor meer informatie naar cultuurfonds.nl/geven

  •  
    "Eigenlijk steunen we alle culturele activiteiten die het leven wat extra jeu geven, die het bestaan verrijken"
    Trudeke Biermasz

Frans: “Maar je hebt ook een drukke baan. Hoe maak je er tijd voor?” 

Lieuwe: “Ja, ik ben getrouwd, heb twee kinderen en werk als voorman in de bouw. Maar toneel vind ik het mooiste wat er is. Ik schrijf, acteer en ben de vicevoorzitter van het gezelschap. Ik steek er veel uren in, maar ik let niet op de tijd. Het geeft me veel energie; op het stuk dat we net hebben opgevoerd kan ik jaren teren. Van huis uit was ik een heel verlegen jongetje, maar op het podium verdwijnt dat. Je kruipt in de huid van een ander, daar voel je je vrij. Mensen lachen om je en waarderen wat je doet, dat geeft zelfvertrouwen.”

Frans: “Wat betekent de bijdrage uit ons fonds voor jullie theatergezelschap?”

Lieuwe: “Wij kunnen niet zonder. Bij een openluchtspel komen grote kostenposten kijken. Je wil iets moois neerzetten, het liefst met een professionele regisseur. Goed licht en geluid zijn onmisbaar. We moeten altijd zoeken naar geld en proberen de kosten laag te houden, daar word je enorm creatief van. Gelukkig waren alle voorstellingen uitverkocht; we hebben zelfs twee extra voorstellingen ingelast. Per voorstelling is er plek voor 150 mensen; ik schat dat de helft uit het dorp komt en de helft van buiten.”

Trudeke: “Wat betekent het openluchtspel volgens jou voor de gemeenschap?”

Lieuwe: “Heel veel. Er zijn honderd vrijwilligers bij betrokken inclusief bouwlieden, catering en parkeerploeg. Mensen uit het dorp leer je op een andere manier kennen. Spelen vind ik kicken, maar ik geniet ook als ik via een walkietalkie hoor dat iedereen zit en we kunnen beginnen. Dan hebben we het met zijn allen maar weer mooi geflikt. Er is een wisselwerking tussen spelers en publiek; er is blijheid die je met elkaar deelt. Onze kracht is de kleinschaligheid, we zijn net een grote familie. Het is heel ‘smûk’: knus en gezellig.”

Trudeke: “Als inwoner ben je trots op je dorp. Dat was in Arum ook goed te zien. Ik zag zelfs mensen die T-shirts droegen met het woord ‘grutsk’ erop (Fries voor trots, red.). Met zo’n stuk zet je Arum op de kaart en ben je een ambassadeur voor je dorp. Het creëert een wij-gevoel en dat is in deze tijd van individualisering iets wat je moet koesteren.”

  •  
    "Ik werk als voorman in de bouw. Maar toneel vind ik het mooiste wat er is"
    Lieuwe Tolsma

Lieuwe: “Wat steunt jullie fonds, naast onze ‘iepenloftspullen’, nog meer?”

Trudeke: “Persoonlijk hebben we veel met muziek − Frans speelt saxofoon en ik speel piano − dus dat heeft een streepje voor. Maar we dragen ook bij aan toneel, tentoonstellingen en sport; alle dingen die de mensen in het dorp bezighouden. Zo hebben we bijvoorbeeld ook het Keatsmuseum in Franeker ondersteund. Kaatsen is bepalend voor deze streek, je groeit ermee op en iedereen doet het. Eigenlijk steunen we alle culturele activiteiten die het leven wat extra jeu geven, die het bestaan verrijken.”

Lieuwe: “Waarom hebben jullie het fonds opgericht?”

Trudeke: “We wonen sinds 1974 in Friesland waar we 31 jaar huisarts zijn geweest. Een huisarts is een generalist en dat zijn we in cultureel opzicht ook. We lezen veel, zijn sportief en maken muziek. En we delen graag. We hebben het goed, dus dat willen we delen.”

Frans: “In 2010 zijn we gestopt met onze apotheekhoudende huisartsenpraktijk. We hebben heel lang heel mooi werk gehad, met een goed inkomen. Goodwill voor de praktijk bestaat niet meer, maar voor de apotheek wel. Bij de financiële afhandeling bleef er geld over. We vonden allebei dat dat terug moest naar de gemeenschap. We hebben hier een gouden tijd, onze drie kinderen zijn hier opgegroeid en we willen hier niet weg. Ik heb wel eens gelezen ‘learn, earn, return’. Dat spreekt me aan, dan is de cyclus compleet.”

Lieuwe: “Persoonlijk heb ik nooit een aanvraag bij het fonds gedaan, dat doet bij ons de penningmeester. Hoe gaat zo’n aanvraag eigenlijk in zijn werk?”

Frans: “Mensen kunnen een aanvraag indienen via de website van Prins Bernhard Cultuurfonds Fryslân, maar er zijn ook mensen uit de buurt die ons rechtstreeks benaderen en wij attenderen anderen erop dat er wellicht wat geld in de pot zit. Het Cultuurfonds maakt een voorselectie en die bespreken we samen; dat contact is heel goed. Jaarlijks ondersteunen we zo’n vijf à zes projecten. Zo heeft het fonds dit jaar onder meer de restauratie van een orgel, twee iepenloftspullen, een concert en een dichtersfestival mede mogelijk gemaakt.”

Trudeke: “De bedragen wisselen. Aan het openluchtspel van Teater Selskip Arum hebben we 1500 euro bijgedragen. Soms is een paar honderd euro voldoende. Juist kleinschalige projecten moeten kunnen doorgaan en niet sneuvelen door een beetje geldgebrek.”

Lieuwe: “Ik vind het heel bijzonder wat jullie doen. Jullie zijn toch een soort mecenassen.”

Trudeke: “Ik zie het zo: wij konden dit doen en hebben het gedaan. Een bakker bakt lekker brood, wij konden dokteren. De een kan niet zonder de ander. We hebben gedeeld wat we extra hadden. En we krijgen er veel voor terug. Per saldo worden we er rijker van.”

Lieuwe: “Gaan jullie nog lang door met het fonds?”

Frans: “Gelukkig hoeven wij ons niet met de financiën te bemoeien, dat doet het Prins Bernhard Cultuurfonds. Het Cultuurfonds beheert het geld op een goede manier waardoor het meer wordt. Belastingtechnisch is het ook aardig: als je het geld zelf ontvangt, gaat de helft eraf, maar bij een stichting blijft het in stand. Zo kan het fonds nog heel lang doorgaan.”

Lieuwe: “Hoe zien jullie de toekomst van cultuur in deze streek?”

Frans: “We moeten met z’n allen goed opletten dat cultuur en dorpsleven blijven bestaan; daar moeten we actief tegenaan. Dat was ook een van de redenen om het fonds op te zetten. Als je het laat versloffen, verdwijnt die verbinding tussen de mensen. Sportverenigingen en andere clubs hebben allemaal problemen om bestuursleden langdurig aan zich te binden. Dat komt door de tijd waarin we leven; vooruit plannen en besturen passen daar niet meer bij. Je moet een actief beleid voeren om de dorpen leefbaar te houden. De verbinding van de kerk is verdwenen, scholen verdwijnen. We moeten het zelf doen.”