Juryrapport Nijhoff Vertaalprijs 2020: Irina Michajlova

Laureate Irina Michajlova's culturele ambassadeurschap reikt veel verder dan haar vertalingen: als Ruslands meest prominente neerlandica is zij hét gezicht van de Nederlandse letterkunde in haar land.

Waar definities te kort schieten, snellen metaforen te hulp. Wat is, bijvoorbeeld, een vertaler? Een brug volgens Goethe, volgens Philo een profeet, volgens Herder een ochtendster. John Dryden vergeleek de vertaler met een ‘natuurgetrouw tekenaar’, anderen zagen hem als een slaaf of zelfs als een verrader, en in de Chinese traditie bestaat het beeld van de vertaler als ‘koppelaarster’. 

De bekendste Russische metafoor met betrekking tot dit vak komt – hoe kan het ook anders – van Aleksandr Poesjkin: in een korte notitie die in zijn verzamelde werk werd opgenomen, lezen we dat vertalers ‘de postpaarden van de verlichting’ zijn.

Poesjkins metafoor lijkt in allerlei opzichten van toepassing te zijn op het werk van Irina Michajlovna Michajlova, dit jaar de laureate van wat in de wandelgangen de Martinus Nijhoff-’andersomprijs’ wordt genoemd. Haar culturele ambassadeurschap reikt veel verder dan haar vertalingen: als Ruslands meest prominente neerlandica is zij hét gezicht van de Nederlandse letterkunde in haar land.

Zonder vertaler geen wereldliteratuur

Onvermoeibaar als een postpaard draagt zij er bij aan de verspreiding van kennis over de literatuur en cultuur van de Lage Landen. 

Haar vertaalactiviteit is sterk verweven met haar inspanningen als academica, want uiteindelijk zijn het haar vertalingen die de Russische lezer in staat stellen om daadwerkelijk te worden ingewijd in de Nederlandse en Vlaamse literatuur: zonder vertaling geen verlichting, zonder vertaler geen wereldliteratuur, waarvan ook onze literatuur in Rusland tegenwoordig deel uitmaakt.

Het beeld van de postpaarden impliceert ook de notie van traditie, want postpaarden lossen elkaar af. Zoals Michajlova zelf toelichtte in haar uitvoerige inleiding bij Werner Scheltjens’ bibliografie van Nederlandse literatuur in Russische vertaling, verschenen de eerste directe vertalingen uit het Nederlands reeds in de jaren dertig van de negentiende eeuw, met andere woorden nog in de tijd van Poesjkin. 

Geschiedenis van de Nederlandse conjunctie

Die bibliografie laat overigens zien dat ook in Rusland de Nederlandse literatuur doorgaans een zeer perifere positie innam en dat de vertalingen het werk waren van dappere enkelingen. Met betrekking tot Michajlova mogen we daaraan toevoegen: van briljante, enthousiaste enkelingen.

Irina Michajlova studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Leningrad bij prof. dr. Igor Bratus. Vanaf 1982 was zij als docente aan deze instelling verbonden en deed aanvankelijk vooral linguïstisch onderzoek. In 1987 verdedigde zij haar eerste proefschrift (in het Russisch kandidatskaja dissertacija genoemd), over de geschiedenis van de Nederlandse conjunctief. 

Vanaf de jaren negentig richtte zij zich steeds meer op het vertalen van Nederlandse literatuur, zowel in de praktijk als op het theoretische en wetenschappelijke vlak: haar tweede proefschrift (doktorskaja dissertacija, vergelijkbaar met de Duitse ‘Habilitation’) was gewijd aan ‘de taal van de Nederlandse poëzie en de problemen van poëzievertaling’ en is als boek in het Russisch gepubliceerd in 2007. Sinds ongeveer tien jaar is Michajlova hoogleraar Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van St-Petersburg.

Nederlands voor Russischtaligen

Wat haar werk als cultureel ambassadrice betreft: zij gaf talloze lezingen over Nederlandse letterkunde, publiceerde zij een tweedelige, in het Russisch geschreven geschiedenis van de Nederlandse literatuur en maakte zij, samen met die andere Martinus Nijhoff-prijswinnaar, Hans Boland, het alom geprezen handboek Nederlands voor Russischtaligen.

Officiële erkenning voor haar werk als vertaalster kreeg zij pas geleidelijk. In 2005 werd Michajlova de Vertaalprijs van het NLPVF (de voorloper van het Nederlands Letterenfonds) toegekend. In 2011 ontving zij de RusPrix Award van de Russische Ambassade in Den Haag, voor haar bijdrage aan de culturele contacten tussen Rusland en Nederland. Sinds 2015 is zij erelid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (Gent).

Naast een groot aantal vertalingen voor literaire tijdschriften, beslaat het vertaaloeuvre van Michajlova op dit moment 29 boektitels, vertaald van 1991 tot 2018 – hetgeen neerkomt op gemiddeld één boek per jaar. In zes gevallen gaat het om (al dan niet literaire) non-fictie, waaronder een bundel essays van Johan Huizinga, in twaalf gevallen om jeugdliteratuur, onder meer boeken van Bart Moeyaert, Karina Schaapman en Jan Terlouw. 

Voorliefde voor de canon

Kijken we naar de tien romans voor volwassenen die zij tot nog toe vertaald heeft, dan zien we een zekere voorkeur voor boeken van gecanoniseerde auteurs, die in feite niet mogen ontbreken wanneer een nagenoeg onbekende literatuur – zoals in dit geval dus de Nederlandse in Rusland – wordt geïntroduceerd. 

Van Louis Couperus vertaalde zij zowel De stille kracht als Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan. Verder betreft het twintigste-eeuws werk, onder andere van Jan Wolkers, Willem Frederik Hermans, A.F.Th. van der Heijden en Cees Nooteboom.

Haar voorliefde voor de negentiende- en twintigste-eeuwse canon blijkt eveneens uit haar poëzievertalingen: veel gedichten van Guido Gezelle en van Martinus Nijhoff, maar ook werk van J.H. Leopold, Rutger Kopland, Gerrit Kouwenaar en Gerrit Achterberg. De jury moet hierbij echter opmerken dat zij de meeste poëzievertalingen niet kon meenemen in haar beoordeling van de vertaalkwaliteit. 

Durf voor lastige vertaalproblemen

Het leeuwendeel van deze poëzie vertaalde Irina Michajlova immers samen met de dichter Aleksej Poerin, waardoor de jury eigenlijk niet kan inschatten wat het precieze aandeel van Michajlova in het tot stand komen van deze vertalingen was. Dát deze dichters intussen in het Russisch toegankelijk zijn, hebben we in elk geval in hoge mate te danken aan de inspanningen van deze vertaalster, en daarom moet dit hier zeker worden vermeld.

In de bevindingen van zowel de juryleden als van de externe rapporteurs die door de jury werden geraadpleegd, komt een aantal constanten naar voren: de grote accuraatheid waarmee de vertaalster te werk gaat, haar feilloze beheersing van het Russisch in al zijn stilistische en idiomatische nuances, en de durf waarmee de vertaalster oplossingen bedenkt voor lastige vertaalproblemen. In dit juryrapport worden de genoemde vertaalkwaliteiten toegelicht.

Zorgvuldigheid en precisie kenmerken alle vertalingen van Michajlova die de jury onder ogen zijn gekomen. Het is duidelijk dat de vertaalster zich telkens de tijd en moeite getroost om haar doeltekst aan een grondige revisie te onderwerpen alvorens hem te publiceren. 

Verwachtingshorizon van het Russische lezerspubliek 

Echte vertaalfouten maakt zij zeer zelden. Dit laatste heeft natuurlijk niet alleen met haar vertaalhouding te maken, maar eerst en vooral ook met haar uitstekende kennis zowel van de Nederlandse taal als van Nederlandse cultuurgebonden begrippen, de zogeheten realia. 

Daarbij houdt zij altijd erg goed rekening met de kennis en verwachtingshorizon van haar Russische lezerspubliek. Sommige van die realia worden op een elegante manier in de tekst zelf verduidelijkt, voor andere neemt Michajlova haar toevlucht tot verklarende voetnoten, overigens met mate en zonder dat dit ooit een storend effect heeft. 

Soms duiken de voetnoten op wanneer je ze, als Nederlandse lezer, niet meteen verwacht – terwijl ze voor de meeste Russen wel onontbeerlijk zijn. Overigens gaat het daarbij niet alleen om bakfietsen, stamppot en Tom Poes. Wanneer aan het einde van de roman De slag om de Blauwbrug van Van der Heijden de ik-figuur terugdeinst voor ‘het blauwe licht’ in het toilet, legt de vertaalster uit wat de connotatie van dit blauwe licht in Nederlandse openbare toiletten is.

Geslaagde Russische uitdrukking  

Michajlova’s accuraatheid doet misschien een zogenoemde ‘brontekstgeoriënteerde’ vertaalstrategie vermoeden, maar een van haar grote kwaliteiten bestaat er juist in dat zij waar nodig de formulering van de brontekst loslaat en met een geslaagde Russische uitdrukking voor de dag komt. 

In een passage waar het hoofdpersonage Alberecht in Hermans’ Herinneringen van een engelbewaarder zich iets niet kan herinneren, lezen we ‘Het onderzoek van zijn geheugen viel hem zwaar…’. Deze zinsconstructie zou in het Russisch tot op zekere hoogte kunnen worden overgenomen, maar zou dan ongetwijfeld stroever klinken dan in het Nederlands. 

Terecht kiest de vertaalster daarom voor een (ook) in het Russisch heel natuurlijk klinkende uitdrukking: ‘Gekweld groef hij in zijn geheugen…’. Op het eerste gezicht valt dit misschien niet erg op, maar doordat de vertaalster zeer regelmatig dergelijke ingrepen toepast, mogen we gewagen van een bepaald patroon, dat deel uitmaakt van de ‘vingerafdruk’ die Irina Michajlova op de door haar vertaalde teksten achterlaat.

Michajlova’s oplossing  

Deze aandacht voor de stilistische kwaliteit van de Russische doeltekst, die als een autonome tekst, los van de brontekst, moet kunnen worden gelezen, stellen we niet alleen in fictie vast. In Johan Huizinga’s complexe cultuurhistorische essaybundel De taak der cultuurgeschiedenis komen we lastig te vertalen formuleringen tegen zoals ‘een historische wetenschap, die haar atmosfeer en haar klankbodem heeft in het grote leven van haar tijd’. 

Het grote Nederlands-Russische woordenboek van Van den Baar geeft wel een equivalent voor ‘klankbodem’, maar zoals zo vaak bij tweetalige woordenboeken, is deze term maar moeilijk in te passen in de zin die vertaald moet worden. 

Pas als we Michajlova’s oplossing erbij nemen, wordt duidelijk waar het probleem in de Nederlandse tekst zit: ‘een atmosfeer en klankbodem hebben’ heeft veel weg van een zeugma. 

Trefzekere, soepele vertaalstijl  

De Russische vertaalster zorgde voor een begrijpelijke en tegelijk fraaie uitdrukking, door in de betrekkelijke bijzin twee werkwoorden te gebruiken – terugvertaald naar het Nederlands: ‘een historische wetenschap die de lucht van het hedendaagse leven ademt en een weerklank vindt bij het grote publiek’.

De trefzekere, soepele vertaalstijl van Michajlova kan zowel op het lexicale en idiomatische als op het syntactische vlak worden waargenomen. 

Vrijwel niets ontsnapt aan haar aandacht, ook niet de modale partikels (‘wel’, ‘toch’, ‘maar eens’,…), die in het Nederlands zo vaak voorkomen: één-op-één-vertalingen zijn dan in het Russisch meestal niet mogelijk, maar de vertaalster compenseert dit door op een andere manier de juiste toon aan te slaan, met expressieve middelen die eigen zijn aan het Russische idioom en de Russische grammatica.

Het verschil tussen ‘verdomme’ en ‘verdikkeme’  

De auteurs die Michajlova vertaalt, zijn qua genre en stijl zeer divers, maar zij laat zien dat zij de uiteenlopende registers in het Nederlands feilloos begrijpt en bovendien in een rijk geschakeerd Russisch weet weer te geven. Er is een verschil tussen ‘verdomme’, ‘verdikkeme’ en ‘godverdomme’, en deze nuances vinden we telkens ook in de doeltekst terug. 

Het bonte zeemansjargon in Maarten Biesheuvels Zeeverhalen is op een indrukwekkende manier herschapen in de Russische vertaling. De sfeer van de jaren tachtig die in De slag om de blauwbrug met name door het taalgebruik voelbaar is, vindt een weerklank in Russisch slang uit dezelfde periode. 

Het enige waar de vertaalster enigszins voor terugdeinst, zijn expliciete vulgarismen, maar daarvoor heeft de jury alle begrip: de Russische literaire normen kennen op dit vlak nu eenmaal iets meer restricties. 

'Een ongewenste klont in je glas'

Meerduidigheid in de brontekst is voor alle literaire vertalers een notoir probleem, dat weleens tot conclusies over de al dan niet vermeende ‘onvertaalbaarheid’ van bepaalde zinnen – of zelfs van hele teksten – leidt. Wat te doen, bijvoorbeeld, met de volgende uitspraak van een Amsterdamse ober, in de reeds genoemde roman van A.F.Th. van der Heijden…: ‘Spaatje boven neerzetten, heer? Daar is het een stuk veiliger. Want je hep zo een ongewenste klont in je glas’. 

De polysemie van ‘klont’ (in dit geval zowel ijsklontje als vogelpoep) is op zich niet te vertalen naar het Russisch. Michajlova bedacht evenwel een adequate oplossing, door de Russische variant van het onbepaalde voornaamwoord ‘iets’ te combineren met het geluid van de klont die in de Spa valt. Terugvertaald naar het Nederlands: ‘Daar is het veiliger, hier plonst voor je het weet iets in je glas wat geen ijs is’.

Een andere uitdaging, waarmee Michajlova werd geconfronteerd in een aantal van de romans die zij vertaalde, is het ‘heterolingualisme’, de aanwezigheid van andere talen naast de eigenlijke brontaal. In Herinneringen van een engelbewaarder en in Nootebooms roman Allerzielen komt regelmatig Duits voor. 

Wanneer in de Nederlandse tekst het Russisch aanwezig is

De vertaalster was er zich terdege van bewust dat Duitse termen voor de Russische lezer lang niet altijd even duidelijk zijn als voor Nederlandstaligen. Zij volgde daarom een goed te verdedigen ad hoc-strategie: de ene keer bleef een term onvertaald, de andere keer vertaalde zij hem juist wel – in de tekst zelf of in een voetnoot.

Een stuk ingewikkelder wordt het wanneer in de Nederlandse tekst het Russisch aanwezig is. Want hoe ‘vertaal’ je die Russische elementen naar de doeltekst? Zowel het niet-vertalen als het uitleggen door middel van een voetnoot lijken dan een zwaktebod. 

Misschien lijkt Russisch heterolingualisme in Nederlandse literatuur vooral een theoretische mogelijkheid, maar het komt wel degelijk voor in twee van de Zeeverhalen die Michajlova vertaalde. In ‘Tanker cleaning’ lezen we: ‘’Podozjdie, moj droeg’ hoorde ik een stinkende Rus uit een hokje roepen’ – een uitspraak die Biesheuvel, net als de andere Russische fragmenten in dit verhaal, onvertaald liet, maar die zoveel betekent als ‘Wacht even, mijn vriend’. 

Al te exotisch

De ‘vertaling’ van Michajlova is even briljant als eenvoudig: in haar tekst – die uiteraard uit cyrillische karakters bestaat – worden de woorden van de Rus in Latijnse karakters weergegeven: ‘Podozhdi, moy drug’. Weliswaar in Engelse transliteratie, omdat de Nederlandse spelling voor Russischtaligen al te exotisch is. 

Het effect is in elk geval dat de vervreemding die de Nederlandse lezer door het Russisch ervaart als het ware wordt teruggekaatst naar de Russische lezer, die het ‘anders-zijn’ van deze woorden proeft in de ongebruikelijke transliteratie. 

Een gelijkaardig fenomeen, gebaseerd op hetzelfde procedé, doet zich voor in de vertaling van het verhaal ‘Oh! Kapitein te zijn…’, al is de situatie daar nóg anders: in de brontekst is een Russische vrouw aan het woord die in het Nederlands taalfouten maakt en met een sterk accent spreekt (‘Geelaas!... Wij gebben de arbeider klein gehouden…’ enz.).

Respect voor het ritme

Ten slotte is er nog een kwaliteit die van Irina Michajlova een uitstekend vertaalster maakt: haar respect voor het ritme van de brontekst en – wat hier in zekere zin mee samengaat – voor eufonische aspecten van de brontekst. 

Het behoud van het oorspronkelijke ritme vloeit gedeeltelijk voort uit de eerder genoemde accuraatheid van de vertaalster: de alinea-opbouw en witregels uit de brontekst worden zonder uitzondering overgenomen, zinnen worden – voor zover dat mogelijk is – niet opgesplitst of aan elkaar gebreid. 

Waar een zin in vertaling te wijdlopig dreigt te worden, opteert Michajlova voor een lichtere syntactische constructie zonder noemenswaardig betekenisverlies. De verbluffende weergave van zowel ritmische als fonetische aspecten van de brontekst valt met name op in bepaalde passages van Nootebooms Allerzielen in de vertaling van Michajlova. 

Clusters van sisklanken

Bijvoorbeeld in de beschrijving van de protagonist die filmopnames maakt in Berlijn, waar we in de Nederlandse tekst het volgende lezen: ‘in zijn koptelefoon hoort hij het slissende, slikkende geluid, duizenden rubberbanden rijden dwars door zijn hersens (…), het onverstaanbare machinale gefluister, een waarschuwing waar hij niet naar zal luisteren’. 

Opvallend is hier de herhaling van s en d en natuurlijk van de ui-klank. In haar vertaling van deze zin maakte Michajlova gebruik van clusters van sisklanken, maar ook de oe komt vaak voor: ‘v naoesjniki on slysjit sjoersjasjtsjije i tsjavkajoesjtjije zvoeki, tysjatsji rezinovych sjin mtsjatsia skvoz jevo golovoe (…), ne poddajoesjtsjijsia rassjifrovke mechanitsjeski zvoek, predoeprezjdenie, k kotoromoe on ne stanet prisloesjivatsia’.

Het vermoeden van Michajlova’s poëtische talent, naar aanleiding van de gedichten die zij samen met Aleksej Poerin vertaalde, wordt door passages als deze alleen maar bevestigd.

De jury van de Martinus Nijhoff-prijs 2020 is van oordeel dat Irina Michajlova een waardige laureate van de vijfjaarlijkse andersomprijs is. De Nederlandse literatuur mag zich gelukkig prijzen dat zij in de persoon van Michajlova een zo getalenteerde en onvermoeibare Russische pleitbezorgster heeft.