De mecenas en de muziek

Thijs en Chiel Martens wisselen elkaar af als Nederlands kampioen doedelzakspelen. Maar de gedreven broers willen meer. Om verder te groeien in hun muziek hadden ze nieuwe instrumenten nodig. Met steun van het Marijke van Oordt Fonds hebben ze die gekregen.
5 oktober 2020
De mecenas en de muziek
Fotocredits:
Lars van den Brink

Marijke van Oordt: “Normaal gesproken ontmoet ik de mensen die door het Cultuurfonds worden gesteund niet. En zo moet het ook zijn: er is gelukkig geen enkele verplichting om te bedanken of iets terug te doen. Ik vind het gewoon fijn om te doen. Dat neemt niet weg dat ik het geweldig vind om jullie te ontmoeten. Ik ben ook erg benieuwd naar jullie instrumenten.”

Thijs Martens: “Die zal ik u laten zien. Kijk, dit is de zogenaamde practice chanter, een soort blokfluit die lijkt op de pipe chanter, dat is de melodiepijp onderaan de doedelzak. Oefenen op een practice chanter is vriendelijker voor de buren, helemaal nu we studeren en op kamers wonen. En dit zijn onze doedelzakken. De lucht die je in de zak blaast, druk je er met je arm uit. Hierdoor gaat de lucht langs de rieten in het instrument wat een heel krachtig geluid maakt. Tijdens het spelen op de doedelzak dragen we daarom oordopjes.”

Chiel Martens: “Er zijn heel dure doedelzakken, sommige zelfs met mammoetivoor uit Siberië, maar vanaf een bepaalde prijs draait het meer om versiering en uiterlijk vertoon. Ons gaat het om de muziek. Onze nieuwe doedelzakken hebben meer karakter en een voller, warmer geluid. Als je er goed voor zorgt, kun je er je hele leven mee doen. Mijn nieuwe doedelzak is van betere kwaliteit; ik kan er meer uit halen en een hoger niveau mee bereiken. Hij is ook stabieler en daardoor fijner om te bespelen. Om op niveau mee te doen heb je een goed instrument nodig. Mijn vorige doedelzak klonk goed, maar miste iets. Dat hoorden ook de juryleden van de wedstrijden waar we aan mee doen. Met de nieuwe doedelzak is dat geen belemmering meer.”

Thijs: “Chiel en ik doen vaak mee aan wedstrijden en we zijn allebei Nederlands kampioen geworden. Natuurlijk ben ik blij voor Chiel als hij kampioen is, dan blijft het in de familie, maar ik win liever zelf. Toch is er geen afgunst. Met onze bands – Inter Scaldis Pipes and Drums uit Zeeland en de Antwerp & District Pipe Band – gaan we vaak samen op stap. Vorig jaar speelden we met een internationale band van zestig spelers op het Rode Plein in Moskou. Samen coole tunes spelen, dat is toch het leukste.”

Steunpilaar van de muziekwereld

Foto: Lars van den Brink

Marijke: “Doedelzakmuziek, daar was ik zelf nooit opgekomen, maar ik vond het meteen een goed idee. Mijn fonds (het Marijke van Oordt Fonds) is er voor alle soorten muziek, behalve pop- en housemuziek. Het doel is het financieel ondersteunen van bijzondere muziekprojecten, bij voorkeur vernieuwend, buiten de gebaande paden en intercultureel en vooral van talentvolle jongeren. Ik heb een fonds op naam ingesteld omdat muziek mijn leven heeft verrijkt en ik iets terug wilde doen. Mijn keus viel op het Cultuurfonds omdat er een link is tussen mijn moeder en het koningshuis: tijdens de Tweede Wereldoorlog was ze secretaresse van prins Bernhard en koningin Wilhelmina in Londen. In die tijd werd het Prins Bernhard Fonds opgericht, dat was de voorloper van het huidige Cultuurfonds. Via mijn werk als assistent van de directeur van het Concertgebouw heb ik het fonds leren kennen als steunpilaar van de muziekwereld. Natuurlijk kun je het Cultuurfonds in zijn algemeenheid steunen, maar het leuke van een fonds op naam is dat je een bepaald bedrag bestemt voor een doel dat je na aan het hart ligt.

Cultuurfonds op Naam

Mecenas Marijke van Oordt heeft een Cultuurfonds op Naam heeft laten instellen bij het Cultuurfonds. Bij ons kunt u uw eigen fonds instellen met een specifiek doel zonder dat u daar een aparte stichting voor hoeft op te zetten. Dat scheelt tijd, geld, administratie, beheer en u hoeft geen bestuur te benoemen. Er zijn al meer dan 450 fondsen ingesteld door particulieren, stichtingen, geefkringen en bedrijven. Kijk voor meer informatie op cultuurfonds.nl/schenken

Marijke: "Delen wat je hebt is een rode draad in mijn leven. Een andere rode draad is muziek; niet alleen het genieten van muziek, maar ook gastvrijheid voor musici. Ons huis is altijd een soort haven geweest. Een klarinettist uit Zweden kwam logeren toen de hotels vol zaten. Via hem kwam er daarna een componist en ook pianiste Bella Davidovich heeft vaak bij ons gelogeerd. De liefde voor muziek heb ik van huis uit meegekregen. Ik ben dol op klassieke muziek. Op mijn zevende had ik al pianoles, met weinig succes overigens.”

Beter dan de Schotten 

Thijs: “Ik was negen jaar toen ik begon. Ik had al een paar jaar blokfluitles, maar opeens wilde ik doedelzak leren spelen. Onverklaarbaar, want ik had nog nooit doedelzakmuziek gehoord. Ik had er gewoon een goed gevoel over. Als kind las ik de Donald Duck en er is een verhaal over de Schotse roots van Dagobert Duck, met kilts en doedelzakken. Misschien heeft dat me op het idee gebracht. Mijn ouders namen me mee naar een doedelzakcompetitie in de veronderstelling dat mijn enthousiasme zou verdwijnen, maar het tegendeel gebeurde. Niet alleen de muziek, maar ook de aardige mensen en het plezierige wereldje met weinig commercie spraken me heel erg aan. Ik vond het ook meteen stoer, al zag ik mezelf niet in een rokje lopen. Maar dat hoort erbij. Volgend jaar ben ik klaar met mijn studie bestuurskunde en wil ik nog meer gaan spelen. Dan zijn er twee mogelijkheden: of ik moet genoeg geld verdienen om veel vliegtickets naar Schotland te kopen of ik moet naar Schotland verhuizen.”

Chiel: “We gaan zo vaak mogelijk naar Schotland, om les te nemen, mee te doen aan wedstrijden en te spelen in pubs. Locals in Schotland zeggen weleens dat we beter spelen dan de Schotten. We hebben vaak prijs, maar er zijn altijd mensen die beter zijn. Nu kunnen we vaak maar een uur per dag oefenen, maar in de vakanties spelen we van vroeg tot laat. Ik studeer economie en bedrijfseconomie. Door mijn studie komt de muziek in het gedrang, maar ik probeer zo veel mogelijk te spelen. Onze band in Antwerpen gaat deze zomer samenwerken met een Schotse doedelzakband. Daar wil ik natuurlijk bij zijn. Ik wil ook vaker in Schotland spelen en aan grotere competities meedoen. Als je jong bent, wil je toch de top bereiken. Voor mijn instrument heb ik trouwens ook een bijdrage van het Konink-Walst fonds ontvangen. Mijn broer en ik zijn heel dankbaar dat de fondsen ons de kans hebben gegeven om nog beter te worden.”

Marijke: “Ik ben ook dankbaar. Mensen denken wel eens dat een fonds op naam voortkomt uit ijdelheid, maar daar heeft het niets mee te maken. Voor mij is het een uiting van dankbaarheid: dat er zo veel cultuur is en dat ik daar op deze manier aan kan bijdragen. Ook wil ik laten zien wat er mogelijk is. Ik ken veel mensen met een volle portemonnee en zou willen zeggen: geef en steun datgene waar je plezier aan beleeft en wat je eigen leven en dat van anderen verrijkt. Je zult er geen boterham minder om eten.”