‘Elk boek moet om de 100 jaar opnieuw worden vertaald’

We belden naar Japan om met Jacques Westerhoven (1947) te spreken. Westerhoven vertaalt Japanse auteurs als Haruki Murakami, Junpei Gomikawa en Yasushi Inoue naar het Nederlands. Voor zijn werk kreeg hij de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2020.
4 maart 2020
‘Elk boek moet om de 100 jaar opnieuw worden vertaald’
Fotocredits:
Japanse straat ©Anthony Presley

Kwam het als een verrassing dat u de Martinus Nijhoff Vertaalprijs heeft gewonnen?
Ik was even sprakeloos. Het is nog niet goed tot me doorgedrongen, maar dat komt waarschijnlijk ook omdat niemand hier in Japan van deze prijs afweet. Dat besef zal wel indalen als ik in Nederland ben.

Wat betekent het voor u om deze vertaalprijs van het Cultuurfonds binnenkort in ontvangst te mogen nemen?
Een hele eer, nogal wiedes. Dat is het voor elke vertaler.

Hoe is uw fascinatie voor de Japanse taal ontstaan?
Het is heel vreemd gelopen. Ik ben eigenlijk per ongeluk in Japan terechtgekomen toen ik een jaar of 30 was. Ik woonde in de Verenigde Staten, mijn visum liep af en een van de mogelijkheden was een positie in Japan op het platteland. Daar zit ik na 45 jaar nog steeds.

Als je eenmaal op zo’n plek woont, dan wil je de taal natuurlijk ook leren om met de mensen kunnen praten. Het leren van de Japanse spreektaal was niet zo moeilijk. Toen bleek dat ik er de komende tijd ook zou blijven, moest ik het ook leren lezen. Dat had wel wat meer voeten in de aarde. Ik was gewend aan talen die met het alfabet geschreven worden. Dat was natuurlijk heel wat anders, met de Japanse karakters.


Japanse prent die ook het door Westerhoven vertaalde boek Stille sneeuwval (1946 - 1948) van Junichiro Tanizaki  siert

Vertalen van een karaktertaal naar een alfabetische taal, hoe gaat dat?
In het Japans heb je woorden met meerdere lemma’s. Zo is er één woord voor “vaccinatieplek” en een ander voor “parkeerplaats”. Ze worden met verschillende karakters geschreven, maar klinken hetzelfde. Toen er op de universiteit waar ik werkte een gezondheidscheck-up werd gedaan, ontstond er miscommunicatie tussen twee Japanse collega’s over die vaccinatieplek. In het Japans moet je vaak uit de context opmaken, welke betekenis een spreker wil overbrengen.  

Toen ik 45 jaar geleden in Japan aankwam, schreven mensen soms de karakters in hun hand om hun gesprekspartner te laten zien welke betekenis ze van het gesproken woord bedoelden. Dat is wel veranderd, vanwege de ontlettering.

Tegenwoordig schrijven veel jonge mensen hoofdzakelijk in kana. Dat is een syllabisch schrift, in plaats van dat er één karakter voor één woord of concept wordt gebruikt. Op tv zie ik ook dat jongere en oudere mensen in Japan elkaar hierdoor minder goed begrijpen. Tegelijkertijd heb ik hetzelfde met de Nederlandse taal. Ik las laatst Rust zacht, Johnny Idaho (2015) van Auke Hulst, en toen begreep ik een kwart ervan niet omdat het Nederlands te nieuw is voor mij.

Welk Japans woord is lastig naar het Nederlands te vertalen?
‘Ki’ (in het Chinees ‘qi’) is zo’n woord. Het basisidee is dat ki een geest, mentaliteit, vitale of spirituele energie, of elektriciteit is in het lichaam. Het heeft ook met acupunctuur te maken, een tak van oosterse geneeskunde waarin de lijnen van de ki in het lichaam worden gevolgd. Ki is in de westerse wetenschap niet bekend, sterker nog, er wordt zelfs ontkend dat het bestaat. Maar in Japan weet iedereen wat ermee bedoeld wordt. Nederlandse lezers kennen dit concept niet.

Dus hoe vertaal je
 ki dan?
Langzamerhand ontwikkel je daar een gevoel voor. Zo bestaat er in het Japans een uitdrukking die je letterlijk zou kunnen vertalen als “je gebruikt je ki”. In wezen betekent het ook: “je neemt jezelf in acht”. Als ik het zo letterlijk had opgeschreven, dan had ik die Vertaalprijs niet gewonnen. Dat is niet vertalen.

Verder gebruik ik voetnoten om plaatselijke gebruiken en gewoontes uit te leggen. Ook historische Japanse figuren die het Nederlandse publiek niet kent, krijgen vaak een voetnoot.

Wat is uw favoriete Japanse boek?
Er zijn er zoveel! Maar als ik er een moet noemen, dan is het Stille sneeuwval (1946 – 1948) van Junichiro Tanizaki. Dit is de beste, meest toegankelijk roman van de 20e eeuw. Ik heb het in 1994 vertaald. Atlas Contact gaat hem nu herdrukken, hij komt uit op 17 maart voor de prijsuitreiking. Het is een van de romans waar ik het meest trots op ben.

 Stille sneeuwval is een familieroman die in 500 pagina’s de essentie van de Japanse esthetica uitdrukt. Het speelt zich af vlak voor de oorlog. Het woord “oorlog” valt nergens in het boek, maar de teloorgang van de familie wordt langzaam voelbaar. Het feit dat het een familieroman was, viel bij Nederlanders goed in de aarde. De handeling is ook goed te volgen omdat-ie zo geleidelijk plaatsvindt.

Heeft een vertaler invloed op het oeuvre waar hij aan bouwt, of komt de uitgever bij de vertaler met verzoekjes?
Een vertaler heeft een zekere invloed op de werken die hij vertaalt, maar in het algemeen ligt het initiatief toch bij de uitgever. Zo kwam Meulenhoff in 1989 met de vraag of ik een schrijver wilde vertalen waar nog nooit iemand van gehoord had: Haruki Murakami. En dus vertaalde ik De jacht op het verlopen schaap. Het boek werd uiteindelijk bij Bert Bakker uitgegeven. Daar werden in 1991 792 exemplaren van verkocht, want niemand kende de naam van de schrijver. Het jaar erop werden er twee exemplaren van verkocht, en toen ging het de ramsj in.

Schrijver Haruki Murakami in zijn jonge jaren

Het doorbraakmoment voor Murakami in Nederland was in 2000. Toen vroeg Atlas Contact mij om De opwindvogelkronieken van Murakami vertalen. Ik vond dat een geweldig boek, dus ik heb gezegd: ja graag. Tot dan toe had ik voornamelijk voor Meulenhoff vertaald.

Een boek waar ik zelf mee kwam, is Menselijke voorwaarden (1958) van Junpei Gomikawa. Toen ik Japans leerde, vond ik het geweldig, maar ik begreep maar de helft van wat de man schreef. Tien jaar later heb ik het opnieuw gelezen en toen begreep ik het iets beter. Uiteindelijk ben ik toch begonnen om het te vertalen, waar ik tien jaar mee bezig ben geweest. Ik had het manuscript thuis rondslingeren. 

Uiteindelijk was Van Oorschot bereid om het uit te geven. De recensies waren jubelend. Maar het is nooit een bestseller geworden. Het boek beslaat 1350 bladzijden, het weegt ongeveer een kilo en het kost 70 euro. Hier heb je een voorbeeld van een uitgever die moedig genoeg is om te zeggen: we vinden dit een prachtig boek en het verdient het om uit geven te worden.

Elke vertaler maakt fouten. Elke vertaler vindt zijn eigen oplossingen voor vertaalproblemen, maar dat wil niet zeggen dat het de meest ideale zijn. Soms wijkt de vertaling vrij sterk af van het origineel omdat je de geest van de tekst wel wilt weergeven, maar zonder dat het de Nederlandse lezer zal afschrikken. Eigenlijk zou elk boek zou om de 100 jaar opnieuw moeten worden vertaald.

Nijhoff Vertaalprijsuitreiking 

Op vrijdag 18 september 2020 wordt de Martinus Nijhoff Vertaalprijs uitgereikt aan Jacques Westerhoven en aan Irina Michajlova (vertaler van Nederlands naar Russisch). Wil je hierbij zijn? Meld je dan aan via deze link. Zet jezelf op aanwezig in het Facebookevent en nodig je vrienden uit!