Amateuronderzoekers veldbiologie

Naast diverse natuurorganisaties, zijn in Nederland ook tal van individuen op eigen initiatief bezig met het uitvoeren van onderzoek op het gebied van veldbiologie. Velen van hen richten zich al jaren op specifieke soorten. Zij brengen bijvoorbeeld leefgebieden in kaart of onderzoeken populatieveranderingen of de ecologie van één of enkele soorten. Deze amateuronderzoekers leveren niet alleen een belangrijke bijdrage aan de sector in de vorm van kennis, maar ook door het enthousiasmeren van andere amateuronderzoekers en vrijwilligers. Middels het Meester Prikkebeen Fonds kan het Cultuurfonds bijdragen aan amateuronderzoek veldbiologie.

Uit het Meester Prikkebeen Fonds kunnen toekenningen worden gemaakt voor bijzondere kosten die komen kijken bij het uitvoeren van amateuronderzoek. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bestuderen van museumcollecties of het bezoeken van- en deelnemen aan een studiedag of congres in binnen- of buitenland. Maar ook aan de aanschaf of huur van materialen zoals vallen, netten en wildcamera’s, evenals andere kosten verbonden aan het uitvoeren van het onderzoek.

Wij vinden het belangrijk dat:

  • het onderzoek wordt uitgevoerd op eigen initiatief. Dat wil zeggen, niet in het kader van een (betaalde) functie of een onderzoeksproject;
  • de amateuronderzoeker het onderzoek onbezoldigd uitvoert;
  • het onderzoek tot een conclusie leidt en resulteert in een publicatie, bijvoorbeeld in de vorm van een artikel in een vakblad.

Voorbeeldprojecten:

  • Onderzoek naar het nachtelijk foerageergedrag van kokmeeuwen in de stad Groningen. Via GPS-GSM dataloggers worden de nachtelijke foerageeractiviteiten van kokmeeuwen in kaart gebracht. Het gebruik van dataloggers vormt een mooie volgende stap, eerder onderzocht deze amateuronderzoeker het nachtgedrag met behulp van kleurringen en observatie.
  • Onderzoek naar de gladde slang in Boshoverheide. In dit onderzoek worden de leefgebieden van de gladde slang in kaart gebracht evenals de omstandigheden die deze slang nodig heeft om te overleven.
  • Onderzoek naar individueel gedrag en persoonlijkheid bij klapeksters. Middels observaties, onder meer via cameravallen, wordt het gedrag van klapeksters bestudeerd. In het bijzonder wordt gekeken naar de relatie tussen persoonlijkheid bij individuele klapeksters en terreingebruik en prooikeuze.
  • Onderzoek naar de verspreiding van vruchten en zaden door rietvoorn en zeelt. In dit onderzoek staat de vraag centraal of Nederlandse vissen zaden eten en daarmee meehelpen aan de verspreiding van de flora, zoals hun soortgenoten in Zuid-Amerika dat doen.
  • Onderzoek naar de aanwezigheid en verspreiding van verschillende soorten mieren in Nederland. In de publicatie welke resulteerde uit dit onderzoek, werden ook nieuwe (na 2003) mierensoorten in Nederland opgenomen evenals exotische soorten die binnen Nederland zijn aangetroffen.