Juryrapport Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2018 – Jeanne Holierhoek

Jeanne Holierhoek is een zeer complete vertaalster aan wie de jury met recht en reden en met heel veel genoegen en unaniem de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2018 toegekend heeft.

Het aantal vertalingen op naam van een vertaler is, zoals bekend, slechts een tweederangs criterium voor de toekenning van een vertaalprijs. De kwaliteit van het vertaalwerk, het ambassadeurschap voor de taal en de cultuur waaruit zij/hij vertaalt, het engagement met de opleiding van jonge vertalers, de deelname aan wat ‘het vertaaldebat’ heet en de opbouw van een eigen vertaaloeuvre zijn daarvoor belangrijker dan kwantiteit. Jeanne Holierhoek heeft niet alleen een groot aantal auteurs vertaald, ze is voor haar werk en voor haar inzet voor de Franse taal en cultuur ook met vele prijzen bedacht, ‘gelauwerd en geridderd’, zoals het een keer heette, en dat zelfs in letterlijke zin: in 2001 werd ze Chevalier de l’ordre des arts et des lettres in Frankrijk, in 2007 kreeg ze de prestigieuze Dr. Elly Jafféprijs voor de vertaling van Montesquieus hoofdwerk, De l’esprit des lois/Over de geest van de wetten, en in 2011 ontving ze voor haar vertaling van Marie NDiayes Trois femmes puissantes/Drie sterke vrouwen de eerste Europese Literatuurprijs. Zelf relativeert ze de titel ‘grande dame’ van de Franse literatuur in het Nederlands taalgebied op de haar kenmerkende bescheiden manier met een ‘il y a plusieurs grandes dames’.

'Flodderromannetjes'

Een oeuvreprijs als de Martinus Nijhoff Vertaalprijs ontbrak tot nu echter nog en hoewel de omvang van een vertaaloeuvre geen doorslaggevend criterium voor de toekenning daarvan is, maakt de factor kwantiteit de over de hele linie vastgestelde kwaliteit des te indrukwekkender. Een grove telling levert al snel rond de vijftig door haar vertaalde auteurs op, en dan zijn de naar haar eigen zeggen ‘flodderromannetjes’ uit het begin van haar carrière en gelegenheidswerk als een operalibretto voor Francis Poulenc niet eens meegeteld. Maar ook als we kijken naar de kwaliteit blijkt haar oeuvre indrukwekkend: onder de vele auteurs zijn grote namen uit heden en verleden, naast contemporaine auteurs met een oeuvre in opbouw: René Descartes, Montesquieu, Voltaire, Guy de Maupassant, Stéphane Mallarmé, Jean Giono, Henri Bergson, Philippe Ariès, Marcel Mauss, Jean Paul Sartre, Simone de Beauvoir, Michel Foucault, Jorge Semprun, Michel Serres, Michel Tournier, Jonathan Littell, Marie NDiaye.

Franse literatuur en filosofie

De twee gebieden waarop Jeanne Holierhoek zich concentreert zijn de Franse literatuur en de filosofie, waarbij het tot de wezenskenmerken van deze vertaalster behoort dat ze tussen die twee gebieden geen al te scherpe scheidslijn wenst te trekken. Wel geeft ze zelf aan dat ze wat liever filosofie vertaalt, niet alleen vanwege de filosofie, maar gewoon omdat het ‘fijn is als iets moeilijk is’. Want vertalen, om dat maar meteen te zeggen, is voor Jeanne Holierhoek niet zomaar een overzichtelijke, tweedimensionale legpuzzel, waarin de deeltjes ‘inhoud’ en ‘taal’ in elkaar moeten passen, maar een multidimensionaal spel waarin naast de inhoud ook andere factoren een rol spelen: de tijd (ze vertaalt auteurs uit de 17e en 18e eeuw én ze zoekt als vertaalster haar plaats in de vertaaltraditie), de taal (waarvan ze de gelaagdheid in tijd, ruimte en maatschappelijke klasse met een niet te misleiden subtiel taalgevoel registreert en weergeeft), de plaats (in haar werk duiken geregeld auteurs op die je niet uitsluitend tot de Franse cultuurruimte kunt rekenen), en ook een zeker engagement (vooral met vrouwelijke auteurs als Elisabeth van de Palts en Marie NDiaye). Op twee van deze factoren, taal en plaats willen we hier wat nader ingaan.

Taalgebruik in de vertalingen van Holierhoek

De vertaalvaardigheid van een vertaalster/vertaler wordt meestal afgemeten aan de manier waarop zij/hij omgaat met de bekende elementen die de vertaalmoeilijkheidsgraad van een tekst bepalen: ingewikkelde syntaxis, moeilijke woordenschat, stijlvariaties en registerwisselingen, gelaagdheid van de tekst, muzikaliteit of toon van de tekst. Het vertaaloeuvre van Jeanne Holierhoek biedt ontelbare gelegenheden om haar exquise vertaalvaardigheid aan te tonen. Kijk naar de manier waarop ze de woordspelingen en het register vertaalt waarmee Lydie Salvayre haar personages karakteriseert: de strenge chef van een van de hoofdpersonen vindt dat ‘bavardage et repassage ne font pas bon ménage’. Strijken en kletsen gaan dus niet samen, wat in de vertaling wordt: ‘een strijkijzer loopt niet op spraakwater’. En de ‘attouchements sessuels’ die ditzelfde personage te verduren heeft, worden in het Nederlands ‘ongewenste entemeteiten’.

Zie ook de manier waarop Jeanne Holierhoek met zinnen van Marie NDiaye omgaat, die een klassieke Franse stijl hanteert en zinnen construeert die wel eens meer dan één bladzijde durven beslaan, met een lange aanloop vol met ‘bien que’, ‘avant que’ en doorspekt met uitweidende relatiefzinnen. Jeanne Holierhoek slaagt erin om de zinnen in hun complexiteit te bewaren, indien nodig zelfs soms nog complexer te maken, en ze niet slechts voor een Nederlandstalig publiek verstaanbaar te houden, maar ze ook de muzikaliteit en toon van het origineel te verlenen. Met eenvoudige middelen wordt een ander kenmerk van het Franse proza van NDiaye, de talrijke wat abstract aandoende nominalisaties, in idiomatisch Nederlands omgezet dat de inhoud respecteert zonder het doelpubliek te onderschatten door de lezers met vereenvoudigingen tegemoet te komen; zo wordt ‘sa précaire assurance en société’ ‘het wankele zelfvertrouwen waarmee ze in de wereld stond’. Wat had je als vertaler hier met ‘precair’, ‘zekerheid’ en ‘samenleving’ niet kunnen aanrichten? Jeanne Holierhoek beleeft als vertaalster zichtbaar plezier aan de doorwrochte herformulering van ingewikkelde constructies, maar evenzeer aan de ironische kwinkslag, waarmee ze als het ware haar werk hier en daar ‘signeert’, zo bijvoorbeeld wanneer ze ‘Là, mon grand, tu vas trop loin’ vertaalt met ‘Nu ga je te ver, manneke’. Voor een beknopt oordeel over haar concrete vertaalvaardigheid citeren we uit een van de verslagen over haar werk: ‘Zij slaagt er op bewonderenswaardige wijze in om de voortmeanderende zinnen toegankelijk te maken voor de Nederlandse lezer. (…) De vertaalster geeft hiermee blijk van een sterke affiniteit met de stijl van de auteur en een zorgvuldige, fijnzinnige schrijfvaardigheid in het Nederlands.’

 ‘Goed begrijpen en goed vertalen zijn twee verschillende dingen'

Buiten die traditionele moeilijkheden waarmee elke vertaler geconfronteerd wordt, is er nog een ander aspect van ‘vertaalmoeilijkheidsgraad’, dat teruggrijpt op onderscheidingen die aan de essentie van het vertalen raken en dat Jeanne Holierhoek treffend samenvat. Ze zegt in een interview: ‘Goed begrijpen en goed vertalen zijn twee verschillende dingen. Ik begrijp wel wat mijn auteur zegt, maar dat in goed Nederlands zeggen is best moeilijk.’ Hier spreekt een vertaalster die het opneemt voor de taal, voor het Nederlands. Het ‘wat’ van de ‘inhoud’ is uiteraard belangrijk, maar bestaat slechts bij de gratie van de goede formulering ervan in taal. In het Frans en onder linguïsten heet zoiets ‘la primauté du signifiant’. Die voorrang van het ‘hoe’ zonder hetwelk de begrepen inhoud onmededeelbaar blijft, geldt zowel voor de literatuur als de filosofie. De vertaalster van Montesquieu kan het weten. In haar nawoord bij Over de geest van de wetten zegt ze dat het vertalen van dat soort teksten ‘veel interpretatiewerk vergt, en vervolgens een niet al te schichtig-getrouwe omgang met de vorm’. Maar met die ‘niet al te schichtig-getrouwe omgang met de vorm’ geeft de vertaalster zichzelf geen vrijbrief voor een vertalen dat volledig opgaat in de dienst aan de lezer. Het werk zelf, de tekst, wordt nooit uit het oog verloren en de vertaler mag zich niet ontpoppen als ‘een joviale keuvelaar’ (p. 861). Met name bij de vertaling van werk uit vroeger tijden is de aandacht voor de verandering die de taal – zowel die van de brontekst als de doeltaal – ondergaan heeft van het hoogste belang. Uit het werk van Jeanne Holierhoek blijkt dat ze de taalontwikkeling nauwlettend volgt: ze hanteert een eigentijds Nederlands, maar waakt er tegelijk voor haar vertaalwerk ondergeschikt te maken aan al te vlotte formuleringen en taalmodes. Luister even hoe ze met enkele toevoegingen de kernachtige formulering van een zin uit De l’esprit des lois van een flair voorziet die eigen is aan de argumentatiestijl van het Nederlands:

"J’ai dit que la crainte poilerait les hommes à se fuir, mais les marques d’une crainte réciproque les engageraient bientôt à s’approcher. D’ailleurs ils y seraient portés par le plaisir qu’un animal sent à l’approche d’un animal de son espèce. De plus, ce charme que les deux sexes s’inspirent par leur difference, augmenterait ce plaisir, et la prière naturelle qu’ils se font toujours l’un à l’autre, serait une troisième loi." (Livre 1, chap. 2)

"Ik beweerde zojuist dat de vrees mensen ertoe brengt elkaar te ontvluchten, maar de tekenen van wederzijdse vrees brengen dan toch weldra weer een toenadering tot stand. Die wordt trouwens bevorderd door het plezier dat een levend wezen ervaart wanneer er een soortgenoot in zijn buurt komt. En dat plezier wordt nog vergroot door de aantrekkingskracht die de beide seksen dankzij hun verschil op elkaar uitoefenen; dit natuurlijke, niet aflatende verlangen wordt daarmee dus een derde wet." (p. 44)

Dat zorgende instaan voor de tekst van een ander bij de overgang naar een andere taal kenmerkt ten diepste deze laureaat. Die zorg veronderstelt een kritische distantie zowel ten opzichte van het origineel en zijn auteur aan de ene kant, als ten opzichte van de eigentijdse lezer en de stand van het Nederlands aan de andere kant. In een discussie met een collega-vertaler die zichzelf als ‘inleefster’ verstaat, neemt zij in eerste instantie de positie in van de ‘grammairien’ die niet vanuit een identificatie met de auteur of met bepaalde personages te werk gaat, maar veeleer klassiek afgaat op wat er staat om zich pas daarna empathisch naar tekst, taal en lezer toe te begeven zonder zich ooit volledig met een van die drie te vereenzelvigen. Bij het vertalen van De l’esprit des lois voelde ze zich ‘madame Montesquieu’, wat wel nabijheid bij maar geen identificatie met ‘monsieur Montesquieu’ impliceert.

Cultuurruimte binnen het vertalen van Holierhoek

Wat betreft de tweede factor die het werk van Jeanne Holierhoek kenmerkt, plaats, of beter gezegd cultuurruimte, vallen er door haar vertaalwerk verschillende lijnen te trekken, van René Descartes tot Michel Foucault, van Voltaire tot Sartre, van Elisabeth van de Palts en Emilie du Châtelet tot Marie NDiaye, van Guy de Maupassant tot Michel Tournier, van Jorge Semprun tot Jonathan Littell, van Jean Potocki tot Achile Mbembe en nog wel enkele andere. Die lijnen zijn gewis willekeurig, hoewel zeker ook betekenisvol. Wij nemen het Franse cultuurgebied vaak wat al te gemakkelijk als een monolithisch blok waar, alsof alles wat daar gebeurt onder het adjectief ‘Frans’ gevat zou kunnen worden. Maar de lijnen die in het vertaalwerk van Jeanne Holierhoek getrokken kunnen worden bakenen niet zozeer een gebied af, als waren het grenzen, neen het zijn lijnen die het ons doen waarnemen als een rijkgeschakeerd cultuurgebied. Hybriditeit, een hot topic in de moderne vertaalwetenschap, is al van in het begin een kenmerk van vele door Jeanne Holierhoek vertaalde teksten: haar eerste ‘echte’ vertaling uit 1974 was van Jean Potocki, een Fransman met Poolse roots, tot haar laatste vertalingen behoren Tram 83 van Fiston Mwanza Mujila en Critique de la raison nègre van Achille Mbembe. Het is niet zeker dat de metafoor bij dat op veelvuldige wijze doorsneden cultuurgebied past, maar toch heeft Jeanne Holierhoek met haar vertaalwerk zoiets als het ambassadeurschap daarvoor op zich genomen. Het beeld van haar werk is een afspiegeling van de ontwikkeling die de Franse cultuur van de Verlichting tot nu toe heeft doorgemaakt.

Naast deze vorm van engagement is Jeanne Holierhoek ook een geëngageerde vertaalster in een andere betekenis van het woord: op minstens drie verschillende manieren behartigt zij de belangen van haar metier. Zij neemt in essays en interviews, in bijdragen voor het tijdschrift Filter, in haar eigen vertaalblog en in publieksdiscussies regelmatig stelling in het vertaaldebat. Dat doet ze op een eigen manier waarin ze haar opvallende bescheidenheid koppelt aan de eenvoud van een vraagstelling die telkens weer aan de essentie van het vertalen raakt: inhoud of vorm, het belang van de auteursintentie, inleving of distantie, trouw en vrijheid. Vertalen, heeft de Franse vertaler en vertaaltheoreticus Antoine Berman gezegd, is altijd een samengaan van ‘expérience’ en ‘réflexion’: Jeanne Holierhoek belichaamt dat als geen ander. Verder engageert ze zich om die, naar eigen zeggen, zo ‘langzaam’ gewonnen ervaring over te dragen op jonge vertalers. Dat doet ze bijvoorbeeld als workshopleider in cursussen van het Expertisecentrum Literair Vertalen, als mentor van beginnende vertalers en in lezingen aan universiteiten, vaak met een enthousiasmerend effect. Ten slotte staat ze als ervaren vertaalster letterlijk aan de zijde van aankomende vertalers door als co-vertaalster op te treden.

Winst en jury

Dit alles geeft het beeld van een zeer complete vertaalster aan wie de jury met recht en reden en met heel veel genoegen en unaniem de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2018 toegekend heeft. De jury bestond dit jaar uit Maarten Asscher (voorzitter), Henri Bloemen, Wim Honselaar, Jan Kuijper, Hilde Pach en Marjolein van Tooren.