
Een zee van mode
Matrozenpakjes voor kinderen. Marine-uniformen voor de Toppers. Gestreepte truien voor iedereen. De invloed van de maritieme wereld op mode is veelomvattend. Sinds Coco Chanel overspoelt de zee ook regelmatig de catwalk. Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam niet eerder een tentoonstelling presenteerde over mode. Oceanista maakt dit dubbel en dwars goed.
In negen thema’s en met een leger van wel zeventig mannequinpoppen worden de meest fantastische creaties van buitenlandse topontwerpers als Versace en Maison Margiela gekoppeld aan spraakmakend talent uit Nederland én de eigen collectie van het museum. Omdat verduurzaming belangrijk is voor Het Scheepvaartmuseum en mode net als de scheepvaart zeer vervuilend is, is duurzaamheid ook een thema in Oceanista. Er is een atelier waar modestudenten duurzame kleding ontwerpen en bezoekers ambachtelijke handwerktechnieken kunnen leren. Alle vitrines zijn geleend of hergebruikt van eerdere tentoonstellingen, en de muren hebben geen nieuw kleurtje gekregen.
Isaäc Vogelsang, conservator schilderijen, prenten en tekeningen, vertelt bevlogen over Oceanista. Hij zeilt graag, weet veel van zeeschilderijen en inmiddels ook van haute couture. En ook in zíjn kledingkast hangt maritieme mode: enkele kabeltruien en een blauwwitte streepjestrui van Saint James, een iconisch merk op dit gebied.
Duran Lantink, (zonder titel), lente/zomer 2025
“Natuurlijk was het voor ons leuk nieuws toen begin september bekend werd gemaakt dat Duran Lantink creatief directeur is geworden bij Jean Paul Gaultier. Hij is rebels, en niet alleen door zijn ‘vaginabroek’ voor de videoclip van Janelle Monáe. De broek in dit ensemble lijkt inderdaad op een Volendammer pofbroek, maar die hebben meestal nog een klep aan de voorkant. De echte eyecatchers zijn de superdikke bodywarmer – ook een reddingsvest? – en het hoofddeksel dat achter het hoofd doorloopt. Een 3D-variant op de zuidwester misschien. Het is op en top Lantink: hij wil het lichaam vervormen en speelt in zijn ontwerpen daarom graag met proporties en volumes. Gaultier en Coco Chanel hebben het blauwwitte streepje uit de Bretonse visserstrui – later onderdeel van vele matrozenuniformen – overigens groot gemaakt in de haute couture. Daarna heeft het streepje zich ook genesteld in de alledaagse mode. Je ziet het overal en in allerlei kleuren.”
Duran Lantink won in 2025 het Cultuurfonds Mode Stipendium.
Maison Margiela, Artisanal Collection, lente/zomer 2014
“Hier zie je een detail van een top, waar nog een rok bij hoort. Het is zeer fijn borduurwerk van kraaltjes en pailletten, een ontwerp van het luxe Parijse modehuis Maison Margiela. De afbeeldingen zijn wat volkser: pin-upgirls, een bekend tatoeagemotief. Met natuurlijk ook teksten. Hier geen hartje met ‘Mom’, maar ‘My’ en dan ‘darling’ of ‘hope’. Tatoeages horen bij de scheepvaart. Zeelieden lieten graag tattoos zetten, vaak uit bijgeloof. Het anker staat voor een veilige terugkeer, de kompasroos, die de windrichtingen aangeeft, voor geluk. Ook vieren ze er mijlpalen mee – voor elke vijfduizend zeemijlen een zwaluw. En tatoeages worden meegenomen als souvenir: in elk havenplaats zocht men vroeger wel tatoeëerders op, of kwam er eentje aan boord. Tatoeages zitten in je huid. In dit ontwerp zijn daarom gaatjes gelaten waardoor je de huid van de drager van de top ziet. Ook een flirt: wat is echte huid en wat niet?”
NINO DIVIÑO, Coastal, 2025
“NINO DIVIÑO is een zeer getalenteerde jonge Nederlandse ontwerper. In zijn werk onderzoekt hij zijn Arubaanse afkomst. Deze jurk is onderdeel van een serie van drie over vissersgemeenschappen in het Caribisch gebied. Ze komen te hangen tegenover kleding uit Nederlandse vissersdorpen als Urk en Katwijk aan Zee. In de koloniale tijd zijn veel Caribische gemeenschappen uit elkaar getrokken en versnipperd geraakt. Wit is daar de kleur van rouw, DIVIÑO verwijst ermee naar het verdriet om het koloniale verleden. Zijn creaties gaan over het alledaagse proces van de visserij: van het repareren van netten, tot het inblikken van vis. De netten in de rok symboliseren het opnieuw verknoopt raken van de Caribische gemeenschap. Aan de jurk zit ook een wapperend zeil vast. Lastig lopen voor het model. De schoenen zie je helaas niet op de foto: het zijn korte zwemvliezen met hakken van houtblokjes.”
Philip Treacy, Silver Ghost Ship, 2013
“Een schip als hoed, geweldig! Philip Treacy is een van de weinige haute couture hoedenmakers die er nog zijn. Een wolk van vlinders, een sliert pianotoetsen: niks is hem te gek. Hij ontwerpt voor het Britse koningshuis, Máxima droeg zijn creaties en de hoedjes van de Beauxbatons in de vierde Harry Potterfilm zijn ook van hem. Als dit ontwerp zou worden aangeboden voor onze modellenkamer zouden we het afwijzen: het is namelijk een fantasieschip. Met de bolle zeilen heeft Treacy de wind gevangen, maar de romp is te gekromd om mee te varen. De hoed is 55 centimeter hoog en heel verfijnd gemaakt. Kriskras op het jute zie je kleine laddertjes, kanonnen, een stuurwiel. In de 18e eeuw waren miniatuurschepen serieus mode in Frankrijk: vrouwen droegen ze trots op hun pruik of hoed. Deze ‘coiffure à la Belle Poule’ was genoemd naar het oorlogsschip waarmee de Fransen een zeeslag tegen de Engelsen hadden gewonnen.”
Iris van Herpen, Hydromedusa, uit de Sensory Seas Collectie, lente/zomer 2020
“Achter de schermen noemen we het ‘de zeewierjurk’, maar Hydromedusa is de naam van een kwallengroep. Hun tentakels hebben wel dezelfde trage beweging als zeewier. De jurk is sierlijk en tegelijk ietwat agressief. Alsof de tentakels omhoog kruipen en het model omvouwen. De wereld van de donkere, duistere diepzee. Water speelt een rol in al het werk van Iris van Herpen. De collectie Sensory Seas is geïnspireerd op zowel het leven in de oceaan als sensorische processen in het lichaam. Van Herpen ontwerpt altijd abstract en experimenteert graag met hightech. Bij haar draait het om materialen en structuren. Eigenlijk is ze een fundamenteel onderzoeker. Beroemd werd ze met haar 3D-printing. Onlangs maakte ze een jurk van lichtgevende algen. Voor Hydromedusa zijn laagjes zijde via warmte samengesmolten met katoen. Het geheel is gesneden met laser waardoor je haarscherpe randen krijgt. Deze ‘kwal’ wil je niet tegenkomen bij het zwemmen, maar nodigt grappig genoeg ook uit tot aanraken. Bordje don’t touch?”
Iris van Herpen ontving in 2016 het Cultuurfonds Mode Stipendium.
Oceanista - Fashion & Sea is te bezoeken tot en met 12 april 2026 in het Scheepvaartmuseum Amsterdam.




