Cultuurfonds Onderscheiding, voor wie?

Cultuurfonds Onderscheiding 2026

Tijdens een feestelijke bijeenkomst op Fort de Batterijen reikte het Cultuurfonds de Cultuurfonds Onderscheiding 2026 uit aan bevlogen vrijwilligers: Jan Peter Verhave, Cenaida van Dinter en Pieter & Greet Battjes en Kees Andriesse.

Zij zetten zich al jarenlang in voor cultuur, natuur en erfgoed. Met hun kennis, toewijding en doorzettingsvermogen zorgen zij ervoor dat cultuur behouden blijft, zich blijft ontwikkelen en wordt doorgegeven aan volgende generaties.

Hun werk is vaak niet altijd zichtbaar, maar van grote waarde. Zij zijn het gouden draadje dat cultuur en erfgoed levend houdt.

Jan Peter Verhave

Met grote toewijding en oog voor detail heeft Jan Peter Verhave een vrijwel verdwenen kunstvorm onderzocht en gedocumenteerd.

Door zijn werk is belangrijke kennis behouden gebleven én opnieuw toegankelijk geworden voor een breed publiek. Hij laat zien hoe waardevol geduld en volharding zijn in het bewaren van erfgoed.

Cenaida van Dinter

Cenaida van Dinter zet zich in om tradities levend te houden en door te geven. Ze verbindt mensen, deelt kennis en zorgt ervoor dat erfgoed betekenis blijft houden.

Haar werk laat zien dat cultuur pas echt blijft bestaan als verhalen worden gedeeld en verder gedragen.

Pieter Battjes, Kees Andriesse, Greet Battjes

Al jarenlang zetten Pieter en Greet Battjes en Kees Andriesse zich in voor het behoud van monumentaal erfgoed in Drenthe.

Met hun inzet zorgen zij ervoor dat bijzondere plekken behouden blijven en van betekenis blijven voor de omgeving, nu en in de toekomst.

Laudatio's

Hieronder lees je de laudatio's van de Cultuurfonds Onderscheiding ontvangers van 2026: 

  • Soms ontstaat iets groots, niet door iets toe te voegen, maar juist door iets weg te nemen. Met een enkele, precieze snede in een vel papier, kan een wereld tevoorschijn komen. 

    Dat is de essentie van papierknipkunst. Een kunstvorm waarbij elke snede bepaalt wat zichtbaar wordt en wat niet. En precies daar begint uw verhaal: u maakt zichtbaar wat lange tijd verborgen bleef. 

    Het begon bij toeval, als dat bestaat tenminste. Begin jaren tachtig kwam uw echtgenote Joke thuis met een eerste papierknipkunstwerkje, gekocht in een antiquariaat. Een kleine aankoop, zo leek het. Maar vanaf dat moment groeide bij u beiden een gedeelde fascinatie. Joke gaat zelf de kunst van het papierknippen beoefenen, terwijl u zich verdiept in wat daarachter toch allemaal schuilging. Wie waren de makers? Wanneer leefden zij? En wat kunnen hun werken ons vertellen? 

    Wat u aantrof, was een geschiedenis die nauwelijks zichtbaar was. Papierknipkunst werd zelden serieus genomen binnen de kunstgeschiedenis. Veel werk was niet gesigneerd. Makers bleven anoniem. Werken verdwenen stilletjes in verzamelingen, zonder context, zonder verhaal. Er was wel geknipt, maar niemand had gezien wat er tevoorschijn was gekomen. 

    Voor u werd het een vorm van speurwerk. Met geduld en precisie - bijna zoals bij het knippen zelf - begon u patronen te herkennen. In de loop der jaren wist u ruim 300 papierknippers te identificeren en hun werk in een historische context te plaatsen. Dat onderzoek bracht nieuwe inzichten.  

    Wat begon uit nieuwsgierigheid groeide uit tot een onderzoeksproject dat inmiddels meer dan veertig jaar beslaat. Werk dat u niet alleen vanuit een achtergrond als wetenschappelijk onderzoeker deed – weliswaar in een hele andere tak van wetenschap, namelijk de medische biologie. Nee, u deed het vooral vanuit een persoonlijke gedrevenheid, naast alles wat het leven verder van u vroeg. Samen met Joke publiceerde u talrijke artikelen en boeken. Het boek Schaar-Kunst uit 1983 markeerde een kantelpunt: voor het eerst werd de Nederlandse papierknipkunst systematisch beschreven en serieus genomen binnen de kunstgeschiedenis  

    Behalve onderzoeker werd u ook verzamelaar. Niet uit bezit, maar uit zorg. En hierdoor kwam een van de belangrijkste particuliere collecties van Nederlandse papierknipkunst tot stand. Uiteindelijk maakte u een bijzondere keuze: u bracht collecties onder bij Nederlandse musea, waaronder het Rijksmuseum en het Nederlands Openluchtmuseum. Daarmee blijft deze kunst niet alleen bewaard voor de toekomst, maar ook blijvend zichtbaar voor publiek en beschikbaar voor verder onderzoek. 

    Al meer dan veertig jaar brengt u de wereld van de Nederlandse papierknipkunst tot leven. Na het overlijden van Joke in 2020 zette u dit met dezelfde toewijding voort en draagt het nu over aan volgende generaties. Dankzij uw intensieve onderzoek en de publicaties kregen makers een naam en werken een context. Een kunstvorm die dreigde te verdwijnen, kreeg nieuwe betekenis en ook erkenning als Immaterieel Erfgoed. Papierknipkunst is geen verborgen traditie meer, maar een erkend en levend onderdeel van ons cultureel erfgoed. 

    En voor dit bijzondere en gezamenlijke levenswerk ontvangt u vandaag de Cultuurfonds Onderscheiding.  

    En daarom vraag ik nu Jan Peter Verhave graag op het podium. Samen met Daniël Wigboldus -  Commissaris van de Koning in Gelderland en voorzitter van het Cultuurfonds Gelderland – die de Cultuurfonds Onderscheiding aan hem uitreikt.  

De geschiedenis van de Cultuurfonds Onderscheiding

De Cultuurfonds Onderscheiding - de opvolger van de Zilveren Anjer die sinds 1950 elk jaar werd toegekend door het Cultuurfonds - is er voor bijzondere vrijwilligers voor cultuur en natuur in Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. De onderscheiding wordt toegekend op voordracht en wordt elk jaar uitgereikt aan drie tot vijf laureaten. Iedereen kan iemand voordragen voor de Cultuurfonds Onderscheiding. Vanaf 15 juni 2024 kunnen nieuwe voordrachten worden gedaan voor 2025.

Het maken van de Cultuurfonds Onderscheiding

De onderscheiding is ontworpen door edelsmid Aletta Teunen en symboliseert de verbinding en samenhang tussen mensen door cultuur en natuur. Dit benadrukt de blijvende waarde van de inzet van de ontvangers, die een belangrijk netwerk vormen ter ondersteuning van een levendige culturele en natuurrijke samenleving.

Laureaten

Vanaf 1950 tot en met 2023 werd door het Cultuurfonds de Zilveren Anjer toegekend. Sinds 2024 reiken wij de Cultuurfonds Onderscheiding uit. Er zijn dus inmiddels al heel wat vrijwilligers - meer dan 300 - die een onderscheiding hebben gekregen voor hun bijdrage aan cultuur en natuur. Kijk wie ze zijn:

  • Emilie de Lanoy Meijer 

    Emilie zet zich als vrijwilliger al meer dan tien jaar in voor kunst- en cultuurbeleving voor blinden en slechtzienden. Emilie, zelf slechtziend, organiseert voor Stichting KUBES toegankelijke excursies voor mensen met een visuele beperking en neemt hen mee naar plekken waar cultuur tot leven komt, zoals musea, beeldentuinen en stadswandelingen. En ze organiseert via KUBES workshops voor actieve deelname aan muziek, dans en theater. Daarmee draagt Emilie belangrijk bij aan inclusiviteit van kunst en cultuur. Ook begeleidt zij anderstaligen met het leren van de Nederlandse taal in het ‘Taalmaatjesproject’ van Gilde Samenspraak Den Haag, waardoor nieuwkomers in Nederland hun weg vinden in de samenleving.

    Frank en Martina Ferrari-Witvoet

    Frank en Martina zetten zich al tientallen jaren in om het erfgoed in en rondom de Groningse gemeente Westerwolde te behouden voor toekomstige generaties. Ze investeren in restauraties en zorgen er met hun bevlogen en toekomstbestendige plannen, inzet en investeringen voor dat monumentale panden behouden en in gebruik blijven. Er zijn in de dorpen van Westerwolde, zoals Wedde en Bellingwolde, vele bijzondere monumenten ondersteund. Burcht Wedde - een kasteel uit de 14e eeuw met grote cultuurhistorische waarde - werd dankzij Frank en Martina in oude glorie hersteld en heeft een bijzondere en sociale bestemming gekregen als een vakantieverblijf voor kinderen die het moeilijk hebben. Met de restauratie van Burcht Wedde, het bijbehorende burchtterrein, de tuinen, het historische pand 'De Hongerige Wolf' en het uit 1643 daterende Rechthuys, is de cultuur-historische 'ruggengraat' van Westerwolde dankzij Frank en Martina Ferrari-Witvoet weer intact en toegankelijk voor iedereen.

    Hanna Hirsch

    Hanna heeft een belangrijke rol gespeeld als vrijwilliger bij de Bomenstichting. Naast haar werk als bureausecretaris, heeft ze zich intensief ingezet om de organisatie te ondersteunen en te laten groeien. Dankzij haar inspanningen kon de Bomenstichting in 2012 een doorstart maken en zich opnieuw profileren als een prominente organisatie die zich richt op het behoud van bomen en het bevorderen van een groenere en duurzamere leefomgeving. Hanna was een onmisbare kracht achter vele belangrijke publicaties, zoals 'Bomenlanen’ (2022) - over de ecologische, historische en landschappelijke waarde van bomenlanen in stedelijke en landelijke gebieden - en ‘Bomennieuws’, het tijdschrift van de Bomenstichting. Haar tomeloze inzet en organisatorische talent hebben de Bomenstichting geholpen om een stevige vrijwilligersorganisatie te worden waar specialistische kennis samenkomt.